ECLI:NL:RBROT:2023:11891

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
ROT 23/3295
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij informatieverzoek aan SVB

Eiser verzocht de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om openbaarmaking van informatie over een zorgverlener die zorgovereenkomsten met budgethouders met ALS heeft afgesloten. De SVB wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank oordeelt zonder zitting dat eiser misbruik maakt van recht. Dit volgt uit het ontbreken van een rechtens te honoreren belang bij het gevraagde informatieverzoek en het procesgedrag van eiser, waaronder de vooraf aangekondigde wraking van de rechter die de zaak behandelt. Eerder is in meerdere procedures vastgesteld dat eiser misbruik maakt van het wrakingsmiddel.

Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/3295
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank(SVB), verweerder.

Inleiding

1. Op 11 januari 2023 heeft de SVB het verzoek van eiser om openbaarmaking van alle informatie over een door hem genoemde zorgverlener die een zorgovereenkomst heeft afgesloten met een aantal budgethouders die ALS-patiënt zijn afgewezen.
2. Bij besluit van 14 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar van eiser tegen het besluit van 11 januari 2023 ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

4. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb.
5. Indien de rechter eenmaal heeft geoordeeld dat een rechtzoekende misbruik maakt van recht kan in volgende procedures van belanghebbende worden aangenomen dat wederom sprake is van misbruik, tenzij er aanknopingspunten zijn voor het tegendeel (ECLI:NL:RVS:2015:3830 en ECLI:NL:CRVB:2022:880).
6. De rechtbank heeft eiser inmiddels veelvuldig tegengeworpen dat in beginsel wordt uitgegaan van misbruik van recht en hij om die reden geen ontheffing van griffierecht krijgt (bijv. ECLI:NL:RBROT:2019:4060).
7. Er zijn geen aanknopingspunten dat eiser in dit geval geen misbruik maakt van recht. Integendeel. Zo valt niet in te zien welk rechtens te honoreren belang eiser heeft bij het verstrekken van de door hem gevraagde informatie. Verder draagt ook het procedeergedrag van eiser in deze zaak bij aan het oordeel dat eiser misbruik maakt van recht. Zo heeft eiser aangekondigd om zodra bekend is welke rechter deze zaak behandelt die te zullen wraken. Het door eiser op voorhand aankondigen of doen van een wrakingsverzoek duidt op een oneigenlijk gebruik van het wrakingsmiddel volgens oordelen van de wrakingskamer over wrakingsverzoeken van eiser (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:3159 en ECLI:NL:RBROT:2022:8572).
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 19 december 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.