ECLI:NL:RBROT:2023:12111
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing energietoeslag voor student wegens categoriale uitsluiting niet onrechtmatig
Een uitwonende student uit Rotterdam diende een aanvraag in voor een eenmalige energietoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders werd afgewezen omdat hij studiefinanciering ontvangt en daarmee niet tot de doelgroep behoort. Het bezwaar van eiser werd eveneens afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Eiser stelde dat de uitsluiting van studenten in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het twaalfde protocol bij het EVRM, en dat individuele bijzondere bijstand geen redelijk alternatief biedt. Hij verwees naar jurisprudentie en wees erop dat zijn zus, eveneens studerend maar zonder studiefinanciering, wel een toeslag ontving.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer waarin werd geoordeeld dat de categoriale uitsluiting van studenten legitiem, doelmatig en proportioneel is, omdat de situatie van studenten niet vergelijkbaar is met die van lage inkomens. De rechtbank vond geen aanleiding tot een ander oordeel en oordeelde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte, werd dit volgens artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eiser hierdoor niet benadeeld is. De rechtbank bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed. De mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand blijft open, waarbij bezwaar en beroep mogelijk zijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de energietoeslagaanvraag wegens studiefinanciering.