Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 augustus 2023, met bijlagen;
- de e-mail en brief van BUMMC met bijlagen;
- de e-mail van [eiser01] met aanvullende bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een werknemer, werkzaam als senior consultant bij BUMMC, en zijn werkgever over de schorsing van een concurrentiebeding. De werknemer wil na beëindiging van zijn dienstverband bij BUMMC in dienst treden bij een concurrerend adviesbureau, maar wordt door het concurrentiebeding daarin beperkt.
De werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst nog niet opgezegd en is sinds juli ziek gemeld. Hij eist primair de schorsing van het concurrentiebeding en subsidiair een vergoeding voor de duur van het beding. BUMMC verzet zich tegen de eis en vordert afwijzing.
De kantonrechter stelt vast dat het concurrentiebeding een jaar geldt en dat BUMMC een substantieel bedrijfsbelang heeft bij handhaving, onder meer vanwege kennis van klanten, marktbenadering en interne tools. De werknemer wordt slechts beperkt in zijn arbeidskeuze, maar kan elders in zijn vakgebied aan de slag, bijvoorbeeld bij multinationals.
De kantonrechter weegt mee dat de werknemer bewust het beding is aangegaan, zelf het initiatief tot vertrek nam en dat de duur van het beding niet onredelijk is. Ook de door de werknemer aangevoerde slechte managementstijl bij BUMMC wordt gemotiveerd weersproken. De belangenafweging leidt tot afwijzing van de eis tot schorsing en de subsidiaire vergoeding.
De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van BUMMC.
Uitkomst: De eis tot schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.