De werknemer [eiser01] is sinds 2011 in dienst bij Shipping Service Rotterdam en heeft zich op 17 juli 2023 ziekgemeld. Vanaf week 32/2023 is de salarisbetaling door Shipping Service gestopt. [eiser01] vordert betaling van achterstallig salaris, toekomstig loon tijdens ziekte, incassokosten en proceskosten.
Shipping Service voert verweer dat een andere cao van toepassing is en stelt betalingsonmacht. De kantonrechter oordeelt dat in kort geding niet kan worden vastgesteld welke cao van toepassing is en dat het salaris tot en met week 31/2023 niet toewijsbaar is wegens onvoldoende bewijs over gewerkte dagen en vakantiedagen.
Vanaf week 32/2023 is onbetwist dat [eiser01] ziek is en geen salaris heeft ontvangen. Shipping Service erkent een bruto salaris van €596,40 per week, waarover [eiser01] ten minste 90% loon tijdens ziekte toekomt. De kantonrechter wijst €7.514,64 bruto achterstallig salaris toe, met 20% wettelijke verhoging, wettelijke rente, incassokosten van €914,02 en proceskosten van €1.750,42. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.