ECLI:NL:RBROT:2023:12255
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter-plaatsvervanger wegens schijn van partijdigheid
In een civiele procedure tussen een curator in faillissement en een gedaagde heeft de rechter-plaatsvervanger, tevens bedrijfsjurist bij een bank, een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek volgde op het standpunt van de gedaagde dat vorderingen tegen hem mogelijk verpand zijn aan die bank, die ook dit standpunt ondersteunt. Hierdoor kan de bank een belang hebben bij de uitkomst van de zaak, wat de schijn van partijdigheid van de rechter kan wekken.
De rechtbank overwoog dat hoewel er geen aanwijzingen zijn voor subjectieve partijdigheid van de rechter, de objectieve vrees voor schending van onpartijdigheid gerechtvaardigd is. De rechter-plaatsvervanger heeft zelf het verzoek tot verschoning ingediend, wat als een zwaarwegende aanwijzing wordt gezien.
De rechtbank wijst het verzoek tot verschoning toe, waarmee de rechter-plaatsvervanger wordt ontslagen van verdere behandeling van de civiele procedure. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken en ondertekend op 13 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter-plaatsvervanger wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid.