ECLI:NL:RBROT:2023:12623

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
10415962
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling van openstaande OV-abonnementskosten en incassokosten

NS Reizigers vordert betaling van openstaande abonnementskosten en reiskosten van in totaal €252,31, vermeerderd met €40 aan buitengerechtelijke incassokosten, omdat gedaagde deze kosten niet heeft voldaan. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat zij het abonnement zelf heeft opgezegd.

De kantonrechter stelt vast dat het abonnement in december 2021 is geëindigd, maar dat gedaagde het beëindigingsproces niet volledig heeft afgerond. NS Reizigers heeft onderbouwd dat gedaagde op 6 december contact heeft gezocht om het abonnement op te zeggen, maar dat zij de noodzakelijke handeling bij een NS-automaat niet heeft verricht. Hierdoor is het abonnement door blijven lopen en is gedaagde op 14 december door NS Reizigers beëindigd wegens niet-betaling.

De door gedaagde overgelegde bankafschriften tonen geen betaling van de facturen van 6 en 18 december 2021, waarop de vordering is gebaseerd. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag van €252,31 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, plus €40 aan incassokosten. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van €395,99. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €292,31 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10415962 CV EXPL 23-8677
datum uitspraak: 4 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
NS Reizigers B.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘NS Reizigers’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van NS Reizigers, met bijlagen;
  • het antwoord (mondeling verweer);
  • de repliek;
  • de dupliek (aanvullend mondeling verweer), met bijlagen.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde01] heeft een overeenkomst gehad met NS Reizigers. Het ging om een reisabonnement, waarvoor zij maandelijks abonnementskosten en eventuele reiskosten moest betalen. Volgens NS Reizigers heeft [gedaagde01] de maand december 2021 en reiskosten niet betaald. Het gaat bij elkaar om € 252,31. Geprobeerd is het bedrag te innen. Dat is niet gelukt. Daarom eist NS Reizigers nu het bedrag, met rente, plus € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten, tezamen € 292,31. [gedaagde01] is het niet eens met de eis.
Wat oordeelt de kantonrechter?
2.2.
Partijen zijn het eens over de inhoud van het abonnement en dat deze in december 2021 is geëindigd. Het geschil gaat over de vraag wie van hen dat heeft gedaan. Volgens [gedaagde01] was zij dat. NS Reizigers heeft dat echter onderbouwd weersproken. Zij heeft aangevoerd dat [gedaagde01] op 6 december 2021 contact heeft opgenomen om het abonnement op te zeggen, maar dat zij het beëindigingsproces nooit heeft afgerond. Daarvoor had zij nog een handeling moeten verrichten, namelijk het bij een NS-automaat “ophalen” van de opzegging. Omdat [gedaagde01] dat niet gedaan heeft, is het abonnement volgens NS Reizigers doorgelopen. Vast staat dat [gedaagde01] op 13 december 2021 nog gereisd heeft op het abonnement. Er wordt dan ook van uitgegaan dat het klopt wat NS Reizigers stelt en dat zij dus degene is geweest die op 14 december 2021 het abonnement heeft beëindigd, omdat facturen niet waren betaald.
2.3.
NS Reizigers stelt dat het gaat om facturen van 6 en 18 december 2021 van
€ 235,47 en € 16,84. Dat is bij elkaar € 252,31. [gedaagde01] zegt wel te hebben betaald, maar zij heeft dat niet aangetoond. De betalingen blijken niet uit de door haar overgelegde bankafschriften. Daaruit blijkt slechts dat zij twee betalingen van € 171,10 heeft gedaan op 5 september en 31 oktober 2021. Die betalingen zien echter niet op de volgens NS Reizigers onbetaald gebleven facturen van 6 en 18 december 202. Vastgesteld wordt dan ook dat het bedrag van € 252,31 nog open staat. Daarom wordt [gedaagde01] veroordeeld tot betaling van dit bedrag, met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van de dagvaarding. Het bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten wordt ook toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). In totaal is dat € 292,31.
proceskosten
2.4.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van NS Reizigers tot vandaag vast op € 107,99 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 160,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 80,-). Dit is totaal € 395,99. Voor kosten die NS Reizigers maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 40,- (1/2 punt x € 80,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
uitvoerbaarheid bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan NS Reizigers te betalen € 292,31 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 252,31 vanaf 8 maart 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van NS Reizigers tot vandaag worden vastgesteld op € 395,99;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
465