ECLI:NL:RBROT:2023:13037
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit na herstel motiveringsgebrek; aanvraag WIA-uitkering terecht afgewezen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV om zijn aanvraag voor een WIA-uitkering af te wijzen. In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank een motiveringsgebrek vastgesteld in het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, met name omtrent het ontbreken van een fysiek onderzoek.
Het UWV heeft dit gebrek hersteld door een aanvullend rapport waarin de verzekeringsarts gemotiveerd heeft waarom een fysiek onderzoek niet noodzakelijk was, gezien de datum van de medische situatie in 2017 en de beschikbare dossiergegevens van de huisarts en reumatoloog. De rechtbank acht deze motivatie voldoende en volgt het oordeel van de verzekeringsarts.
Eiser voerde aan dat de verzekeringsarts onvoldoende informatie had ingewonnen en dat hij volledig arbeidsongeschikt zou zijn, maar de rechtbank vond dat de verzekeringsarts op basis van het dossieronderzoek een adequaat medisch oordeel heeft gegeven. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van eiser vielen.
De rechtbank concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%, waardoor de aanvraag voor een WIA-uitkering terecht is afgewezen. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege het motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de WIA-aanvraag is terecht afgewezen.