ECLI:NL:CRVB:2015:3233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en bracht een multidisciplinair rapport van Kristal Centrum Psychiatrie en Verstandelijke Beperking in.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam dit rapport mee en stelde meer beperkingen vast in de Functionele Mogelijkhedenlijst, maar vond geen aanleiding voor een urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de voorgestelde functies geschikt waren, ook gezien de beperkte lees- en schrijfvaardigheid van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het multidisciplinaire karakter van het rapport onvoldoende was meegewogen en dat de functies ongeschikt waren vanwege werkdruk en leesproblemen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts de medische gegevens adequaat had beoordeeld, dat de arbeidshulpverlener haar visie subjectief had gebaseerd en dat de functies passend waren, mede door een beperking voor werk zonder productiepieken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en geschiktheid van de functies.