ECLI:NL:RBROT:2023:1443
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslaglegging op bijstandsuitkering wegens niet overschrijding beslagvrije voet
Eiser maakte bezwaar tegen de inhouding van € 52,62 per maand op zijn bijstandsuitkering wegens beslaglegging door het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard ten behoeve van een schuldeiser. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank behandelde het beroep op zitting en beoordeelde of het college bij de betalingsbeslissing binnen het kader van het beslag was gebleven. Uit het dossier bleek dat het beslag op de uitkering sinds 2013 bestond en dat de inhouding van vakantiegeld conform de beslagregels was uitgevoerd, waarbij de beslagvrije voet niet was overschreden.
Eiser stelde dat het college buiten de grenzen van het beslag was getreden en dat sprake was van aantasting van eigendom volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank verwierp deze stellingen, oordeelde dat het beslag en de kosten daarvan rechtmatig waren en dat het verzoek tot schadevergoeding onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af en wees erop dat eiser tegen deze uitspraak hoger beroep kan instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslaglegging op de bijstandsuitkering is ongegrond verklaard omdat het college binnen het beslagkader is gebleven.