Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt bijstand en maakte bezwaar tegen een inhouding van €52,62 in juni 2020, die verband hield met een sinds 2013 lopend derdenbeslag. Hij stelde dat de inhouding onrechtmatig was omdat deze betrekking had op rente over de hoofdsom, terwijl hij deze reeds had voldaan. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en motiveerde dat de inhouding betrekking had op beslagkosten, die binnen het beslagkader vielen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het college buiten het beslagkader trad en dat de rechtbank onterecht beslagkosten bij de beoordeling betrok. De Raad oordeelde dat het college gehouden is volledig uitvoering te geven aan het beslag zonder de geldigheid ervan te toetsen en dat de beslagkosten terecht bij de inhouding zijn betrokken.
Verder verwierp de Raad het beroep op willekeur en schending van het eigendomsrecht, omdat het college geen ruimte had voor belangenafweging. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat er geen onrechtmatig besluit was. Het hoger beroep slaagt niet en de inhouding blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen; de inhouding van bijstand blijft in stand.