ECLI:NL:RBROT:2023:1597

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
9359391 CV EXPL 21-25188
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 128 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaand factuur geweigerd wegens vermeende wanprestatie afgewezen

Beton Cire Expert B.V. vordert betaling van een openstaand factuurbedrag van €2.350,00 voor uitgevoerde vloerafwerkingswerkzaamheden bij [naam01] c.s. Deze laatste stellen dat sprake is van wanprestatie vanwege beschadigingen aan de vloer en hebben betaling opgeschort. Daarnaast beroepen zij zich te laat op dwaling, wat buiten beschouwing wordt gelaten.

Een deskundige is benoemd om de kwaliteit van het werk te beoordelen. Het deskundigenbericht concludeert dat de aanwezige krassen, putten en verkleuringen het gevolg zijn van normaal gebruik en dat de kwaliteit van de vloerafwerking voldoet aan de overeenkomst en gebruikelijke normen. Er is geen sprake van wanprestatie.

De rechtbank volgt het deskundigenrapport en wijst het verweer van [naam01] c.s. af. Beton Cire krijgt gelijk en wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag plus wettelijke rente vanaf 20 juli 2021. Tevens worden de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van Beton Cire toegewezen. De vordering van [naam01] c.s. in reconventie wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [naam01] c.s. tot betaling van het openstaande factuurbedrag met rente en kosten, en wijst het verweer van wanprestatie af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9359391 CV EXPL 21-25188
datum uitspraak: 3 februari 2023
vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Beton Cire Expert B.V.,
vestigingsplaats: Zwijndrecht,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: [naam gemachtigde01] ,
tegen

1.[naam01] ,

woonplaats: [woonplaats01]
en
2. [naam02] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
gemachtigde: mr. J.A.M. van de Sande.
De partijen worden hierna ‘Beton Cire’ en ‘ [naam01] c.s.’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 11 februari 2022 en de daarin genoemde stukken;
  • het tussenvonnis van 1 april 2022 en de daarin genoemde stukken;
  • het deskundigenbericht van TBA;
  • de conclusie van 9 november 2022 van [naam01] c.s.;
  • de conclusie van 7 december 2022 van [naam01] c.s.
1.2.
Beton Cire heeft, ondanks dat zij in de gelegenheid is gesteld, geen akte meer genomen naar aanleiding van het deskundigenbericht.

2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.
De kantonrechter verwijst naar hetgeen hij in de tussenvonnissen van 11 februari 2022 en 1 april 2022 heeft overwogen en beslist en hij neemt die overwegingen en beslissingen hier over.
2.2.
De kantonrechter roept in herinnering dat Beton Cire in conventie betaling door [naam01] c.s. vordert van het openstaande gedeelte van een factuur van 24 juli 2022 voor de door Beton Cire verrichte werkzaamheden. [naam01] c.s. stelt zich op het standpunt dat hij de betaling van de voornoemde factuur mocht opschorten, omdat sprake is van een wanprestatie bij de door Beton Cire uitgevoerde werkzaamheden waardoor hij schade heeft geleden. [naam01] c.s. heeft zich in zijn conclusie van 9 november 2022 ook nog op dwaling beroepen. Het had echter op de weg van [naam01] c.s. gelegen om dit al voldoende concreet bij antwoord te doen. Dat heeft hij niet gedaan en daarom wordt dit verweer - als te laat aangevoerd - op grond van het bepaalde in artikel 128 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering buiten beschouwing gelaten.
2.3.
Ter beoordeling van het antwoord op de vraag of sprake is van wanprestatie in de door Beton Cire uitgevoerde werkzaamheden is een deskundige benoemd. Die deskundige heeft in zijn deskundigenbericht geconcludeerd dat de op de vloer van de woning van [naam01] c.s. aanwezige krassen, putten, verkleuringen en andere aantastingen het gevolg zijn van het gebruik van de vloer door [naam01] c.s. De kwaliteit van de door Beton Cire geleverde vloerafwerking is - volgens de deskundige - zoals te doen gebruikelijk en in overeenstemming met hetgeen partijen zijn overeengekomen. De deskundige sluit weliswaar niet uit dat dit mogelijk afwijkt van het verwachtingspatroon van [naam01] c.s., maar van een wanprestatie is volgens de deskundige geen sprake.
2.4.
Gelet op de inhoud van het deskundigenbericht is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Beton Cire toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen met betrekking tot de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Dit betekent dat het verweer van [naam01] c.s. in conventie wordt afgewezen en dat de vordering van Beton Cire om [naam01] c.s. te veroordelen om het openstaande bedrag van € 2.350,00 aan Beton Cire te betalen wordt toegewezen. Daarnaast volgt hieruit dat de vordering van [naam01] c.s. in reconventie wordt afgewezen.
2.5.
De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toe te wijzen bedrag is niet betwist en wordt toegewezen vanaf 20 juli 2021.
2.6.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.7.
[naam01] c.s. krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten en de kosten van het deskundigenonderzoek betalen. De kosten van het deskundigenonderzoek worden vastgesteld op € 2.362,50. De kantonrechter stelt de proceskosten kosten in conventie aan de kant van Beton Cire tot vandaag vast op € 102,12 aan dagvaardingskosten, € 507,00 aan griffierecht en € 654,00 aan salaris voor de gemachtigde (drie punten x € 218,00). Dit is in totaal € 1.263,12. Voor kosten die Beton Cire maakt na deze uitspraak moet [naam01] c.s. een bedrag betalen van € 109,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853). De kantonrechter stelt de proceskosten in reconventie aan de kant van Beton Cire tot vandaag vast op € 218,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt).
2.8.
Dit vonnis wordt voor wat betreft de veroordelingen in conventie en in reconventie uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt [naam01] c.s. hoofdelijk om aan Beton Cire te betalen € 2.730,82 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.350,00 vanaf 20 juli 2021 tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt [naam01] c.s. hoofdelijk in de proceskosten die aan de kant van Beton Cire tot vandaag worden vastgesteld op € 1.263,12;
3.3.
veroordeelt [naam01] c.s. hoofdelijk in de kosten van deskundigen die worden vastgesteld op € 2.362,50;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
3.5.
wijst de vordering af;
3.6.
veroordeelt [naam01] c.s. hoofdelijk in de proceskosten die aan de kant van Beton Cire tot vandaag worden vastgesteld op € 218,00;
3.7.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
44485