ECLI:NL:RBROT:2023:2249

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 februari 2023
Publicatiedatum
17 maart 2023
Zaaknummer
9542846 \ CV EXPL 21-4899
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 3 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige rolbeslissing over schending precontractuele informatieverplichtingen bij consumentenovereenkomst

In deze civiele procedure tussen HVC Energie B.V. en een consument onderzoekt de kantonrechter ambtshalve of aan de precontractuele informatieverplichtingen is voldaan. De zaak betreft de mogelijke schending van informatieverplichtingen zoals vastgelegd in artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v lid 3 BW.

De kantonrechter stelt voorlopig vast dat HVC Energie B.V. niet alle vereiste informatie tijdig en op een duurzame gegevensdrager aan de consument heeft verstrekt. Het betreft onder meer informatie over wijze van betaling, leveringstermijn, duur van de overeenkomst, opzeggingsvoorwaarden en minimumduur van de overeenkomst. Tevens is onvoldoende duidelijk dat de bestelknop de consument informeert over een betalingsverplichting.

Op basis van deze voorlopige constatering is de kantonrechter voornemens een sanctie toe te passen door de betalingsverplichting van de consument te verminderen met 25% of 50%, conform de Sanctierichtlijn op Rechtspraak.nl. Voordat dit besluit definitief wordt genomen, krijgt eiseres de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling te reageren tijdens een rolzitting op 9 maart 2023.

De beslissing is genomen door kantonrechter P. Joele en is gebaseerd op recente jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU, die het belang van ambtshalve toetsing van informatieverplichtingen in consumentenovereenkomsten benadrukken.

Uitkomst: De kantonrechter is voornemens de betalingsverplichting te verminderen en stelt eiseres in de gelegenheid te reageren.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 9542846 \ CV EXPL 21-4899
uitspraak: 9 februari 2023

rolbeslissing van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HVC Energie B.V.,
woonplaats: Alkmaar,
eiseres bij exploot van dagvaarding van 8 november 2021,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,
tegen

[gedaagde01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde.
De Hoge Raad heeft beslist dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde informatieverplichtingen is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter ambtshalve een sanctie moet toepassen. [1]
precontractuele informatie
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de volgende informatie niet bij of voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst aan de consument verstrekt. Het gaat om de informatie zoals vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder:
g (wijze van betaling, levering(stermijn)),
o (duur overeenkomst en opzeggingsvoorwaarden),
p (minimumduur voor de consument).
duurzame gegevensdrager
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de volgende informatie niet aan de consument verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Het gaat om de informatie zoals vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder:
h/k (ontbindingsrecht),
o (duur overeenkomst en opzeggingsvoorwaarden),
p (minimumduur voor de consument).
bestelknop
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is in deze zaak niet voldaan aan de informatieverplichting zoals bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW. Uit het dossier volgt namelijk niet dat uit de tekst op een eventuele bestelknop voldoende duidelijk volgt dat sprake is van een betalingsverplichting. [2]
sanctie
De kantonrechter is voornemens om de betalingsverplichting van de consument te verminderen overeenkomstig de op rechtspraak.nl gepubliceerde Sanctierichtlijn. De kantonrechter is daarbij voorlopig van oordeel dat een eventuele schending van artikel 6:230v lid 3 BW moet worden gerekend als één schending. De betalingsverplichting van de consument zal dus worden verminderd met 25% of 50%. Voordat daartoe wordt overgegaan, wordt eiseres in de gelegenheid gesteld om met een akte te reageren.
De kantonrechter verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van
9 maart 2023 om 10.00 uur.
De schriftelijke reactie dient in tweevoud ingestuurd te worden en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen te zijn. Eiseres kan het processtuk ook zelf of door tussenkomst van een gemachtigde indienen op genoemde rolzitting.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
AvH

Voetnoten

1.HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.Zie ook HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269.