Conclusie
bol.comrespectievelijk
[verweerster].
1.Inleiding
Fuhrmann(HvJEU 7 april 2022, C-249/21, ECLI:EU:C:2022:269), maar heeft niet bepaald wat in geval van schending van deze informatieplicht precies de rechtsgevolgen zijn.
Arvato I(HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677). De derde prejudiciële vraag is of, indien moet worden uitgegaan van gedeeltelijke vernietiging, de koopprijs kan worden verminderd.
Capabel/ […], die op dezelfde dag is verwezen door dezelfde kantonrechter. Vandaag concludeer ik ook in die zaak. Uitgangspunt is daar (a) dat de in die zaak gebruikte bestelknop niet voldoet aan het bepaalde in art. 6:230v lid 3 BW en (b) dat gehele vernietiging van de overeenkomst in die zaak de juiste sanctie is op schending van die bepaling. De vraag is dan vervolgens wat de rechtsgevolgen van die gehele vernietiging zijn en meer specifiek, of de handelaar op basis van een andere rechtsgrond dan de nietig verklaarde overeenkomst een vergoeding voor de door hem geleverde prestatie kan eisen. Een feitelijk verschil met deze zaak is dat het in die zaak gaat om een afgenomen dienst (en niet om een zaak) en om een procedure op tegenspraak (en niet om een verstekzaak).
2.Feiten en procesverloop
indien bij het plaatsen van de bestelling in niet voor misverstand vatbare termen en op goed leesbare wijze blijkt dat de aanvaarding een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met
een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. De enkele zinsnede ‘bestelling met betalingsverplichting’ wordt aangemerkt als een dergelijke ondubbelzinnige verklaring.
Een overeenkomst die in strijd met dit lid tot stand komt, is vernietigbaar.”
De tekst «bestelling met betalingsverplichting» voldoet hier in ieder geval aan. Andere teksten kunnen ook volstaan, mits ze voldoende duidelijk en ondubbelzinnig zijn.(…).
Richtlijn consumentenrechten”). [8] Het betrokken gedeelte van art. 8 lid 2 luidt Pro:
wordt de knopof soortgelijke functie op een goed leesbare wijze
aangemerkt met alleen de woorden „bestelling met betalingsverplichting” of een overeenkomstige ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een verplichting inhoudt om de handelaar te betalen.
Indien aan de bepalingen van deze alinea niet is voldaan is de consument niet door de overeenkomst of de bestelling gebonden.”
Commissie”) in 2008 heeft ingediend. [9] Tijdens het wetgevingsproces is, in het kader van de triloog [10] tussen het Europees Parlement (“
EP”), de Raad van de Europese Unie (“
Raad”) en de Commissie, een tekstvoorstel over de duidelijkheid en ondubbelzinnigheid van de tekst op de bestelknop ingebracht. [11] Bij amendementen (nrs. 107, 235, 236) heeft het EP lid 1a aan (op dat moment) art. 11 van Pro het richtlijnvoorstel toegevoegd. [12] Dit betrof een informatieplicht voor de situatie dat de consument een betalingsverplichting aangaat. [13] Het oogmerk was ‘cost traps’ bij overeenkomsten op afstand bestrijden. [14] In het verdere wetgevingsproces is het voorstel van het EP over de wijze waarop de handelaar de consument moet informeren over zijn betalingsverplichting (nog) specifieker gemaakt. [15] Op die manier is de bestelknopbepaling tot stand gekomen.
Ook is het van belang erop toe te zien dat de consument in dergelijke situaties het tijdstip kan vaststellen waarop hij de verplichting op zich neemt de handelaar te betalen. Daarom dient de aandacht van de consument door middel van een ondubbelzinnige formulering specifiek te worden gevestigd op het feit dat het plaatsen van de bestelling de verplichting tot het betalen van de handelaar met zich meebrengt.”
Indien aan de bepalingen van deze alinea niet is voldaan is de consument niet door de overeenkomst of de bestelling gebonden.” Dit gedeelte van de bepaling is in art. 6:230v lid 3 BW ‘vertaald’ in vernietigbaarheid van de overeenkomst. [32]
de gevolgenvan de toepassing van de sanctie ‘niet binden’. Deze sanctie doet denken aan de sanctie die art. 6 lid 1 van Pro Richtlijn 93/13/EEG verbindt aan een oneerlijk beding in een overeenkomst met een consument (zie voetnoot 20). [33] Uit de rechtspraak over de gevolgen van het toepassen van die bepaling kan worden afgeleid waar de nationale rechter rekening mee moet houden. [34]
Indien aan de bepalingen van dit lid niet is voldaan is de consument niet door de overeenkomst of de bestelling gebonden.”
Ein Vertrag nach Absatz 2 kommt nur zustande, wenn der Unternehmer seine Pflicht aus Absatz 3 erfüllt.”
Les dispositions du deuxième alinéa de l'article L. 221-14 sont prévues à peine de nullité du contrat conclu par voie électronique.”
If the trader has not complied with paragraphs (3) and (4), the consumer is not bound by the contract or order.”
Hof”) heeft horizontale directe werking van richtlijnbepalingen afgewezen, om de in de kern institutionele reden dat de Europese Unie
niet bevoegdis om in een richtlijn aan particulieren rechtstreeks verplichtingen op te leggen. [38] Daaruit volgt dat een richtlijn in geschillen tussen particulieren (‘horizontaal’) niet rechtstreeks toepasselijk is. De verplichting het nationale recht richtlijnconform uit te leggen speelt mede daarom een sleutelrol bij de effectieve doorwerking van richtlijnen in door het vermogensrecht beheerste rechtsverhoudingen. [39]
[…] / […], dat betrekking heeft op oneerlijke bedingen in een consumentenkoop, heeft de Hoge Raad de ‘vernietigbaarheid’ van art. 6:233 BW Pro richtlijnconform geïnterpreteerd, in die zin dat de rechter de onredelijkheid van een beding in algemene voorwaarden (in dat geval een rentebeding) ambtshalve dient te beoordelen en het beding zo nodig dient te vernietigen. [40] Ik citeer uit dat arrest:
Asbeek Brusse en De Man Garabito), punt 55-60).
schwebend bzw. relativ unwirksam ist”. [44] Deze rechtsfiguur lijkt op ‘vernietigbaar’ in de Nederlandse implementatiebepaling art. 6:230v lid BW. [45]
Fuhrmann-2(hierna:
Fuhrmann) heeft het Hof art. 8 lid Pro 2, tweede alinea, van de Richtlijn consumentenrechten uitgelegd. [46] Een consument (B.) had via Booking.com vier kamers geboekt in een hotel. Hij had daartoe, na op de knop „Ik ga boeken” te klikken, zijn persoonsgegevens en de namen van de andere gasten ingevuld en daarna geklikt op een knop met de woorden „Voltooi boeking” (
Buchung abschließen). B. had de kamers niet vooruitbetaald. B. en zijn gezelschap zijn op de geboekte dag niet verschenen. De eigenaar van het hotel, de vennootschap
Fuhrmann-2, bracht conform haar algemene voorwaarden aan B. € 2.240,-- annuleringskosten in rekening, die niet werden betaald. Er volgde een invorderingsprocedure bij Amtsgericht Bottrop, dat een prejudiciële vraag heeft gesteld over art. 8 lid Pro 2, tweede alinea, van de Richtlijn consumentenrechten. [47]
zahlungspflichtig bestellen’) uitsluitend rekening moet worden gehouden met de tekst op de bestelknop of dat ook (de informatie verstrekt tijdens) het bestelproces bij die beoordeling mag worden betrokken. De verwijzende rechter neigde naar de eerste benadering.
de lidstaten de handelaar mogen toestaan een andere overeenkomstige formulering te gebruiken, mits deze ondubbelzinnig is wat het ontstaan van die verplichting betreft.
mits uit die woorden ondubbelzinnig blijkt dat de consument, zodra hij de bestelknop of soortgelijke functie aanklikt, een betalingsverplichting aangaat.
alleen rekening moet worden gehouden met de woorden op die knop of soortgelijke functie.
een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, zoals blijkt uit punt 21 van het onderhavige arrest. De afronding van een bestelproces waarbij voor de consument een betalingsverplichting ontstaat, is immers een fundamentele stap, aangezien deze afronding inhoudt dat de consument ermee instemt niet alleen gebonden te zijn door de overeenkomst op afstand, maar ook door die verplichting.
Aan die doelstelling wordt derhalve afbreuk gedaan indien de consument, bij het aanklikken van een knop of soortgelijke functie, uit de omstandigheden van dit proces zou moeten afleiden dat hij een betalingsverplichtingaangaat, terwijl de woorden op die knop of functie hem niet in staat stellen met absolute zekerheid vast te stellen dat dit de gevolgen zullen zijn.
staat het aan de verwijzende rechter om na te gaan of in het hoofdgeding de formulering „voltooi boeking” in de Duitse taal, rekening houdend met uitsluitend de bewoordingen van die formulering en los van de omstandigheden van het boekingsproces, kan worden geacht overeen te komen met de woorden „bestelling met betalingsverplichting” […].
de verwijzende rechter met name moeten nagaan of de term „boeking” in het Duits, zowel in de omgangstaal als in de ogen van de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument, noodzakelijkerwijs en consistent in verband wordt gebracht met het ontstaan van een betalingsverplichting. Zo niet, dan zal moeten worden geconcludeerd dat de uitdrukking „voltooi boeking” dubbelzinnig is en dus niet kan worden beschouwd als een formulering die overeenkomt met de woorden „bestelling met betalingsverplichting” […].”
uitsluitend moet worden uitgegaan van de woorden op die knop of soortgelijke functie.”
noodzakelijkerwijs en consistenteen betalingsverplichting ontstaat. Niet volstaat dat die verplichting kan worden afgeleid uit het bestelproces. De in het verbintenissenrecht vertrouwde contextuele benadering, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van het geval, lijkt hier te moeten wijken voor een nogal zwart-wit benadering, waarvan het doel is de consument maximale bescherming te bieden. [49] Zoals ik hierna toelicht, ligt dit in mijn ogen genuanceerder.
Fuhrmanngeleid tot een hausse aan uitspraken waarin de tekst op een bestelknop aan art. 6:230v lid 3 BW wordt getoetst. De praktijk is ontwaakt, aldus Drion. [53] Steeds gaat het daarbij om zaken waarin de handelaar of een incassokantoor als eiser optreedt, en dus niet om zaken die door of namens consumenten aanhangig zijn gemaakt.
Bestelling plaatsen" op de bestelknop van Bol.com in samenhang met de direct rondom die knop zichtbare informatie en het bestelproces dat gedaagde voor het bereiken van die knop heeft moeten doorlopen, voldoende duidelijk blijkt dat door op die bestelknop te drukken een betalingsverplichting wordt aangegaan. […].” [72]
de gevolgen van schending van art. 6:230v lid 3 BW. Er is zowel gekozen voor volledige vernietiging als voor gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst. En ook over de rechtsgevolgen van een vernietiging is (zeer) verschillend geoordeeld. [78] De onderstaande tabel geeft een en ander kort weer.
Arvato I. [89]
Arvato Ibepaald dat de rechter ambtshalve onderzoek moet verrichten naar de naleving van bepaalde informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten en daar zo nodig gevolgen aan moet verbinden. De Hoge Raad baseert dit oordeel op het Unierechtelijke effectiviteitsbeginsel (rov. 3.1.6). De verplichting ambtshalve onderzoek te verrichten geldt ook in verstekzaken (rov. 3.1.7). Dit is in lijn met rechtspraak van het Hof waaruit de verplichting volgt om in verstekzaken ambtshalve te toetsen of sprake is van een oneerlijk beding. [90] Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat niet hetzelfde heeft te gelden voor informatieplichten in de Richtlijn consumentenrechten. Dat dit voor kantonrechters en, indirect, aanbrengende partijen (veel) extra werk betekent is duidelijk.
Arvatovervolgens drie categorieën informatieplichten (rov. 3.1.9):
een voldoende ernstige schendingvan essentiële informatieplichten (rov. 3.1.15). In geval van niet-naleving van een informatieplicht die zowel onder categorie (i) als onder categorie (ii) valt, kan de rechter naast of in plaats van toepassing van de specifieke wettelijke sanctie overgaan tot (verdere) vermindering van de verplichtingen van de consument, indien de specifieke wettelijke sanctie in de gegeven omstandigheden niet voldoet aan de trits doeltreffend, evenredig en afschrikkend (rov. 3.1.16).
Sanctiemodel”). [91] Daarin wordt uitgegaan van gedeeltelijke vernietiging indien sprake is van schending van een of meer essentiële informatieplichten en wordt voor prijsverminderingen een staffel gegeven van percentages tot 50% (ongeacht de kooprijs). Rechters zijn niet gebonden aan deze richtlijn. Zij kunnen er gemotiveerd van afwijken volgens het beginsel
comply or explain.
nietop de informatieplicht van art. 6:230v lid 3 BW (uit categorie(i)).
Een overeenkomst die in strijd met dit lid tot stand komt, is vernietigbaar.” [92] De Hoge Raad expliciteert op dit punt niet of het daarbij moet dan wel mag gaan om een volledige of een gedeeltelijke vernietiging.
de (met het oog op de evenredigheid van de sanctie noodzakelijke) nadelige invloed van een schending op de wilsvorming“ wordt verdisconteerd en niet, zoals bij toepassing van art. 3:40 lid 2 BW Pro, van de causaliteit en van het door de consument geleden nadeel moet worden geabstraheerd. [93] Ook plaatst Pavillon vraagtekens bij de partiële vernietiging van de overeenkomst, nu die feitelijk alleen een korting op de prijs voor de consument behelst en dus een eenzijdig karakter heeft. [94] Een prijsvermindering is in zijn algemeenheid wel gemakkelijk toe te passen, makkelijker dan ongedaanmakingsverbintenissen. Een prijsvermindering biedt daarom praktische voordelen.
Arvato Ivervolgvragen gesteld (zaak 22/01093,
Arvato II). Over art. 6:230v lid 3 BW ging de vijfde (vervolg)vraag die was voorgelegd. [95] Op 10 juli 2022 heeft de Hoge Raad beslist om af te zien van beantwoording van de vervolgvragen. [96] Die beslissing was conform de conclusie van plv. P-G Wissink, die de Hoge Raad had geadviseerd die vervolgvragen niet in behandeling te nemen.
Gedeeltelijke vernietiging in de vorm van prijsvermindering zou echter impliceren dat de consument, in afwijking van artikel 8 lid Pro 2, tweede alinea, van de Richtlijn consumentenrechten, door de overeenkomst gebonden blijft.
niet in de weg staat aan een algehele vernietiging op deze grond.
betalingsverplichting’ als bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW als sanctie slechts vermeld ‘
vernietiging overeenkomst (art. 6:230v lid 3)’. Er wordt niet tevens vermeld ‘
eventueel: (gedeeltelijke) vernietiging’.”
4.Bespreking van de prejudiciële vragen
Fuhrmann-arrest getrokken kaders. De Hoge Raad zou beantwoording van deze vraag eventueel achterwege kunnen laten.
Fuhrmann-arrest laat op het eerste gezicht weinig ruimte om te oordelen dat de tekst ‘bestelling plaatsen’ wél voldoet aan de informatieplicht vermeld in art. 8 lid Pro 2, tweede alinea, van de Richtlijn consumentenrechten. Om vast te stellen of dat inderdaad het geval is, moet worden nagegaan of ‘bestelling plaatsen’, zowel in de omgangstaal als in de ogen van de gemiddelde consument “
noodzakelijkerwijs en consistent in verband wordt gebracht met het ontstaan van een betalingsverplichting” (punt 33).
een ondubbelzinnige formulering” staan, waaruit blijkt dat
het plaatsen van de bestellingeen verplichting inhoudt om de handelaar te betalen”. [101] Vereist is, zo lijkt het althans, een nadere duiding van de handeling ‘het plaatsen van een bestelling’. Daar moet kennelijk een tekstgedeelte bij, dat expliciet duidt op een betalingsverplichting. Het woord ‘plaatsen’, na bestelling, is wat dat betreft niet relevant want brengt als zodanig ook niet ondubbelzinnig tot uitdrukking dat een betalingsverplichting ontstaat (zie over dit werkwoord hierna 4.12). Een uitleg in deze zin lijkt zowel simpel als logisch, maar volgt mijns inziens toch niet dwingend uit het
Fuhrmann-arrest. Het Hof geeft een strikte uitleg van de bestelknopbepaling, maar baseert die uitleg niet louter op de bewoordingen ervan.
kanhet woord ‘betalen’ bevatten, maar uit het arrest blijkt niet dat dit absoluut noodzakelijk is. In
Fuhrmannwerd de formulering ‘
Buchung abschließen’ ook niet als onvolledig aangemerkt op de enkele grond dat het woord ‘betalen’ of ‘betalingsplicht’ ontbrak. Kennelijk is het dus niet uitgesloten dat een formulering die niet het woord ‘betalen’ of ‘betalingsplicht’ bevat, toch volstaat.
een verband oproeptmet het ontstaan van een betalingsverplichting. [102] Of dat het geval is moet worden bepaald aan de hand van zowel de omgangstaal als (de verwachting van) de gemiddelde consument. Daarbij moet - en mijns inziens is dat de belangrijkste verduidelijking - worden geabstraheerd van het bestelproces op de website. Als de tekst op de bestelknop op zichzelf niet ondubbelzinnig duidelijk maakt dat een betalingsverplichting ontstaat, baat het de handelaar daarom niet dat uit de informatie die is verstrekt bij de voorafgaande stappen in het bestelproces, voldoende duidelijk blijkt wat de prijs van het geselecteerde product is. Daaruit volgt namelijk niet met absolute zekerheid op welk moment de betalingsverplichting ontstaat en om dat laatste gaat het.
opdracht geven ietsvoor rekeningte bezorgen, m.n. bij een winkelier, koopman”. Ook geeft Van Dale voor de betekenis van ‘besteller’ “
iem. die goederenvoor rekeninglaat komen.” Daarmee blijkt uit Van Dale dat een bestelling, ook in de vorm voor opdracht tot levering,
kanleiden tot een betalingsverplichting. Is daarmee voldaan aan de maatstaf uit het
Fuhrmann-arrest dat
noodzakelijkerwijs(
necessarily, nécessairement, zwangsläufig) uit de tekst op de knop moet volgen dat de consument een betalingsverplichting aangaat?
de omstandigheden van dit proces’, genoemd in punt 30), maar de ‘externe context’, namelijk de betekenis die het publiek aan een woord toekent. Dat voert naar de vraag of de woorden ‘bestelling plaatsen’ in het spraakgebruik zo worden opgevat dat daarmee een betalingsverplichting in verband wordt gebracht. Het zou verrassend zijn als dat niet zo is. De wetenschap dat te koop aangeboden goederen of diensten niet gratis zijn mag bij het publiek als universeel aanwezig worden verondersteld. Zoals in de fysieke winkel het aanbieden van gekozen artikelen aan de kassa leidt tot een betalingsverplichting, ontstaat die verplichting in de virtuele winkel als de consument wil overgaan tot het bestellen van de door hem geselecteerde artikelen en de knop aanklikt waarop staat dat hij daarmee een bestelling plaatst. De woorden ‘bestelling plaatsen’ hebben in het spraakgebruik (en in het maatschappelijk verkeer) duidelijk de connotatie van betalen.
op het momentdat hij de knop ‘bestelling plaatsen’ aanklikt. Dat klopt, maar de realiteit lijkt toch te zijn dat de consument die online een bestelling wil doen, weet dat er een moment komt waarop hij een betalingsverplichting aangaat. Bij een online-aankoop valt dat moment aan het eind van het bestelproces. De betaalverplichting ontstaat dus als de bestelling wordt geplaatst. Het werkwoord ‘plaatsen’ naast het zelfstandig naamwoord ‘bestelling’ geeft aan dat de bestelling (in dit geval met een druk op de knop) wordt gecommuniceerd aan de handelaar zodat hij ermee aan de slag kan. Van Dale geeft als eerste betekenis van plaatsen ‘een plaats geven aan…’ met als één van de voorbeelden ‘een bestelling, opdracht of order plaatsen’. Een bestelknop met de tekst ‘bestelling plaatsen’ biedt dus uitsluitsel over het moment van bestellen en dus ‘absolute zekerheid’, voor zover dat laatste in het recht überhaupt bestaat.
Buchung abschließen(boeking afronden), die aan de orde waren in
Fuhrmann, mogelijk anders dient uit te vallen. [105]
Fuhrmann-arrest zou voldoen. Ik acht het overigens mogelijk dat de nieuwe tekst in bepaalde situaties juist minder duidelijk is voor de consument. [106] Te denken valt aan het geval waarin de consument kiest voor achteraf betalen. De term ‘betalen’ op de bestelknop kan dan in zoverre minder duidelijk zijn, dat de consument op moment van het plaatsen van zijn bestelling (wel een betalingsverplichting aangaat, maar) juist nog niet hoeft te betalen. Dat kan verwarrend zijn, welke verwarring niet kan ontstaan bij de tekst ‘bestelling plaatsen’.
het momentdat hij een bestelling doet en dát hij dat laatste doet blijkt voor hem ondubbelzinnig uit de tekst ‘bestelling plaatsen’.
’, anders dan ik zojuist heb betoogd,
nietvoldoet aan het bepaalde in art. 6:230v lid 3 BW. Ik stel niettemin voor de tweede vraag hoe dan ook te behandelen en te beantwoorden, gelet op de wenselijkheid de rechtspraktijk duidelijkheid te geven voor de gevallen waarin de rechter al dan niet ambtshalve tot het oordeel komt dat een bepaalde bestelknop niet voldoet aan het bepaalde in art. 6:230v lid 3 BW.
ambtshalveovergaan tot vernietiging?
volledigof
gedeeltelijkvernietigen?
Arvato Ivolgt reeds dat de rechter, ook in verstekzaken, een door de wet voorgeschreven sanctie op schending van een of meer informatieplichten ambtshalve moet toepassen (rov. 3.1.10; zie hiervoor 3.34).
tegenvernietiging. Indien de consument wel is verschenen, dan kan hij zich, nadat hij over de gevolgen van vernietiging van een beding door de rechter is voorgelicht, tegen zodanige vernietiging verzetten, zo blijkt uit de rechtspraak over oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. [113] Maar dat laatste is niet mogelijk in een verstekzaak. Het gevolg daarvan is dat de consument gebonden blijft aan de overeenkomst ondanks de – veronderstelde – schending van de informatieplicht genoemd in art. 6:230v lid 3 BW. De vordering tot betaling van de koopsom met rente en kosten zou dan in beginsel kunnen worden toegewezen (art. 139 Rv Pro).
gebonden is. Daarom
moetde rechter in het geval van een niet verschenen gedaagde tegen wie verstek is verleend, ambtshalve overgaan tot vernietiging van de overeenkomst. [114] Ook de consument die verstek laat gaan, geniet op die manier bescherming tegen een schending van art. 6:230v lid 3 BW. De aan het slot van die bepaling genoemde sanctie kan in een verstekprocedure alleen doeltreffend zijn indien uit het stilzwijgen van een consument een vermoeden van
instemmingmet de nietigverklaring wordt afgeleid. [115]
Dziubakoverwoog het Hof: [116]
nietinstemt met het achterwege laten van een voorgeschreven sanctie, kan de rechter het oneerlijke beding dus niet in stand laten en moet hij dit dus buiten toepassing laten. Naar analogie kan hetzelfde worden gezegd voor schending van de informatieplicht als bedoeld in art. 6:230v lid 3 BW. Er is in zoverre een verschil dat in het geval van een oneerlijk beding in een consumentenovereenkomst beginsel alleen dat beding wegvalt (partiële nietigheid), terwijl schending van de informatieplicht van art. 6:230v lid 3 BW het ontstaan van de overeenkomst en daarmee de gehele overeenkomst treft.
Arvato Iis in verstekzaken gedeeltelijke vernietiging uitgangspunt. Gedeeltelijke vernietiging van de tot stand gekomen overeenkomst houdt in dit verband in dat de verplichtingen
van de consumentuit hoofde van die overeenkomst wegvallen. De vernietiging werkt zodoende eenzijdig uit ten gunste van de consument omdat hij volledig van zijn verplichtingen wordt bevrijd, wat tot gevolg heeft dat hij niets hoeft te betalen. Een variant hierop is de remedie dat de consument ten dele van zijn verplichtingen wordt bevrijd in de vorm van een prijsvermindering. In dat geval wordt de betalingsverplichting verlicht. Een gestaffelde prijsvermindering afhankelijk van de ernst van de schending van de informatieplicht is uitgewerkt in het in 3.37 genoemde Sanctiemodel en wordt daar aangemerkt als een gedeeltelijke vernietiging. [117] Ik wees er daar al op dat het Sanctiemodel niet van toepassing is op schending van art. 6:230v lid 3 BW (3.38).
perspectief van de consumentdat hij toch gebonden blijft aan de overeenkomst, zij het dat de betalingsverplichting is verlicht. De specifieke sanctie die is genoemd aan het slot van art. 8 lid Pro 2, tweede alinea, van de Richtlijn consumentenrechten houdt echter in dat de consument
nietdoor de overeenkomst of de bestelling gebonden is. [118]
perspectief van de handelaarop gespannen voet staan met het vereiste van evenredigheid, gelet op het belang van de handelaar dat hem de koopprijs wordt betaald voor de door hem geleverde zaak. Mij lijkt duidelijk dat het volledig bevrijden van de consument van zijn betalingsverplichting (de meest vergaande variant van de gedeeltelijke vernietiging) als sanctie op het niet voldoen aan de informatieplicht van art. 6:230v lid 3 BW door de handelaar die het bestelde product wel heeft geleverd, in beginsel als
nietevenredig moet worden aangemerkt, [119] temeer omdat de consument dan geen restitutieverplichtingen heeft. De consument zou dan immers het geleverde product mogen houden en gebruiken, terwijl de handelaar met lege handen zou komen te staan.
tweede vraagaldus te beantwoorden dat de rechter in verstekzaken ambtshalve de overeenkomst tussen consument en handelaar volledig dient te vernietigen in het geval dat de handelaar niet heeft voldaan aan het bepaalde in art. 6:230v lid 3 BW.
nietvolledig moet vernietigen. Nu ik voorstel de tweede vraag niet in die zin te beantwoorden, behoeft deze derde vraag geen bespreking.
toepassingvan de criteria uit
Fuhrmannop het onderhavige geval en de tweede vraag kan worden beantwoord door een richtlijnconforme uitleg met inachtneming van de kaders voor sanctionering die door de Hoge Raad zijn gegeven in
Arvato Ien
Arvato II. Om die reden is een prejudiciële verwijzing niet nodig.