ECLI:NL:RBROT:2023:2565

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
10271932 CV EXPL 23-598
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand en onrechtmatig verblijf

De zaak betreft een vordering van eiseres tot ontbinding van de huurovereenkomst met de vader vanwege een aanzienlijke huurachterstand en het onrechtmatig gebruik van het gehuurde door diens dochter zonder toestemming. Eiseres vordert betaling van achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke kosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

De vader erkent de huurachterstand niet, maar deze wordt vastgesteld op €3.297,77 tot en met februari 2023. De dochter verblijft al jaren zonder recht of titel in de woning en betaalt geen huur. De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe omdat de vader het gehuurde niet meer bewoont en zonder toestemming aan de dochter heeft gegeven, wat in strijd is met de huurovereenkomst en algemene voorwaarden.

De dochter wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huur en achterstallige bedragen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van correcte aanmaning. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. Daarnaast worden vader en dochter hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en vader en dochter worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en ontruiming binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10271932 CV EXPL 23-598
datum uitspraak: 10 maart 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,
tegen

1..[gedaagde01] ,

2. [gedaagde02] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘de vader’ en ‘de dochter’ en gezamenlijk ‘ [gedaagde01] c.s.’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 december 2022, met bijlagen;
  • het antwoord van [gedaagde01] c.s.;
  • de akte vermeerdering van eis, met een bijlage.
1.2.
Op 16 februari 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig namens [eiseres01] , [naam01] en namens de gemachtigde, mr. P. Zeeman. [gedaagde01] c.s. is niet verschenen.

2..Het geschil

2.1.
[eiseres01] eist - na wijziging van eis - samengevat:
  • de huurovereenkomst tussen [eiseres01] en de vader met betrekking tot de woning aan de [adres01] in [plaats01] (hierna: het gehuurde) te ontbinden;
  • [gedaagde01] c.s. te veroordelen om het gehuurde te ontruimen;
  • [gedaagde01] c.s. te veroordelen aan haar te betalen € 3.801,56 met rente over een bedrag van € 3.297,77 vanaf 5 februari 2023 en de lopende huur van € 725,43 vanaf maart 2023;
  • [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit € 3.297,77 aan huur tot en met de maand februari 2023, rente van € 5,39 en buitengerechtelijke kosten van € 498,40.
2.2.
[eiseres01] baseert de eis ten aanzien van de vader op het volgende. De vader heeft een huurachterstand laten ontstaan. Daarnaast heeft de vader zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde en heeft deze zonder toestemming van [eiseres01] in gebruik gegeven aan zijn dochter. Dit is in strijd met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden. Deze omstandigheden rechtvaardigen een ontbinding van de huurovereenkomst. De eis ten aanzien van de dochter wordt gebaseerd op de stelling dat zij ‘zonder recht of titel’ in het gehuurde verblijft.
2.3.
[gedaagde01] c.s. is het niet eens met de eis en voert verweer. Daarop zal hierna - voor zover van belang - worden ingegaan.

3..De beoordeling

Ten aanzien van de vader
3.1.
[eiseres01] heeft op de zitting een actuele specificatie van de huurachterstand in het geding gebracht. Daaruit volgt dat de achterstand tot en met de maand februari 2023 € 3.297,77 bedraagt. De vader heeft dit niet weersproken. Hij wordt daarom veroordeeld om dit bedrag aan [eiseres01] te betalen.
3.2.
De buitengerechtelijke incassokosten die zijn gevorderd, worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt ook toegewezen, omdat de vader met de betaling van de huur in verzuim is.
ontbinding en ontruiming
3.3.
De huurder is verplicht om de huur op tijd te betalen. Dat heeft de vader niet gedaan. De huurachterstand is gedurende de procedure alleen maar opgelopen tot meer dan vier maanden. Daarbij komt dat de vader het gehuurde al geruime tijd niet meer bewoond en deze zonder toestemming van [eiseres01] in gebruik heeft gegeven aan zijn dochter. Dat is in strijd met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden. Deze tekortkomingen rechtvaardigen ieder op zich, maar zeker bij elkaar genomen, een ontbinding van de huurovereenkomst. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden daarom toegewezen. De ontruimingstermijn zal op een gebruikelijke termijn van veertien dagen worden bepaald.
3.4.
De vader moet de huur blijven betalen tot en met de datum van ontruiming. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen.
Ten aanzien van de dochter
3.5.
Niet in geschil is dat de dochter al jaren in de woning verblijft. Zij is daarvoor een gebruiksvergoeding aan [eiseres01] verschuldigd die gelijk is aan de huur en de achterstallige betaling daarvan is gelijk aan de huurachterstand. De daarop gebaseerde vordering zal dan ook worden toegewezen. De dochter wordt daarom hoofdelijk veroordeeld tot betaling van
€ 3.297,77. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 5 februari 2023.
3.6.
De buitengerechtelijke incassokosten die zijn gevorderd worden afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat aan de dochter een brief is gestuurd die voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt in artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
ontruiming
3.7.
De dochter stelt dat [eiseres01] ervan op de hoogte was dat zij in het gehuurde verbleef, maar dat enkele feit maakt nog niet dat [eiseres01] ook akkoord was met haar als medehuurder. [eiseres01] betwist dat en dit blijkt verder nergens uit. Ook komt de dochter geen beroep toe op de wettelijke bescherming als onderhuurder. Voor die bescherming moet in ieder geval vaststaan dat sprake is van een onderhuurconstructie. Dat is echter niet gesteld of op een andere manier gebleken.
3.8.
Gelet op het voorgaande verblijft de dochter in het gehuurde dus ‘zonder recht of titel’. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen. De ontruimingstermijn zal op een gebruikelijke termijn van veertien dagen worden bepaald. Tot en met de datum van ontruiming is de dochter aan [eiseres01] de gebruiksvergoeding verschuldigd. Zij wordt daarom hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 725,43 per maand.
proceskosten
3.9.
De vader en de dochter krijgen voor het grootste deel ongelijk en worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 134,63 aan dagvaardingskosten, € 365,- aan griffierecht en € 660,- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 264,-). Dit is totaal € 1.159,63. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] c.s. een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
uitvoerbaarheid bij voorraad
3.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

4..De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk om aan [eiseres01] te betalen € 3.297,77 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 5 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt de vader om aan [eiseres01] te betalen € 503,79 aan buitengerechtelijke kosten en rente;
4.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen [eiseres01] en de vader en veroordeelt [gedaagde01] c.s. om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres01] in [plaats01] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde01] c.s. bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres01] te stellen;
4.4.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk aan [eiseres01] te betalen € 725,43 met ingang van de maand maart 2023 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
4.5.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk in de proceskosten die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.159,63;
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
47636