De zaak betreft een vordering van eiseres tot ontbinding van de huurovereenkomst met de vader vanwege een aanzienlijke huurachterstand en het onrechtmatig gebruik van het gehuurde door diens dochter zonder toestemming. Eiseres vordert betaling van achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke kosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
De vader erkent de huurachterstand niet, maar deze wordt vastgesteld op €3.297,77 tot en met februari 2023. De dochter verblijft al jaren zonder recht of titel in de woning en betaalt geen huur. De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe omdat de vader het gehuurde niet meer bewoont en zonder toestemming aan de dochter heeft gegeven, wat in strijd is met de huurovereenkomst en algemene voorwaarden.
De dochter wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huur en achterstallige bedragen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van correcte aanmaning. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. Daarnaast worden vader en dochter hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.