De rechtbank Rotterdam heeft op 19 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tussen een pluimveehouder en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een boete van €1.500 wegens overtreding van de Wet dieren. De boete werd opgelegd naar aanleiding van een rapport van de NVWA waarin werd vastgesteld dat kuikens ernstig letsel hadden opgelopen tijdens het vangen, met een percentage vangletsel van 2,48%, boven de interventiegrens van 2%.
De pluimveehouder voerde aan dat het letsel niet noodzakelijk tijdens het vangen was ontstaan en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar andere mogelijke oorzaken, zoals gedrag in de stal of incidenten tijdens transport. Ook stelde zij dat de toezichthouder haar te laat had geïnformeerd. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport van de NVWA betrouwbaar was, dat het letsel inderdaad tijdens het vangen was ontstaan en dat de toezichthouder tijdig had geïnformeerd.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres en bevestigde dat de boete terecht was opgelegd. De hoogte van de boete werd niet als onevenredig beschouwd en er waren geen omstandigheden die matiging rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.