ECLI:NL:RBROT:2023:4055
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen publicatie bestuurlijke boete wegens misleidende informatie door financiële dienstverlener
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde [verzoekster], een financiële dienstverlener met meerdere dochterondernemingen, een bestuurlijke boete van €2.500.000,- op wegens overtredingen van artikel 4:11, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze overtredingen betroffen onder meer het verstrekken van onjuiste, onduidelijke en misleidende informatie over verzekeringsproducten en premies, het niet correct vragen van toestemming voor digitale informatieverstrekking, en het niet transparant publiceren van het beloningsbeleid.
[verzoekster] maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de publicatie van de boete zou schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de overtredingen ernstig en stelselmatig waren, dat het beleid van [verzoekster] onvoldoende waarborgen bood tegen wetsovertredingen, en dat de AFM terecht de boete oplegde en publiceerde. Het verzoek tot schorsing werd afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen bood en de publicatie het maatschappelijk belang dient.
De voorzieningenrechter ging uitgebreid in op de acht onderliggende overtredingen, waaronder het onjuist publiceren van polisvoorwaarden, onduidelijke premieverhogingen, misleidende klantreviews en het niet naleven van wettelijke informatieverplichtingen. Ook werd bevestigd dat [verzoekster] als centrale organisatie verantwoordelijk is voor de gedragingen van haar dochterondernemingen. Het onderzoek van de AFM werd als zorgvuldig beoordeeld en de opgelegde boete als proportioneel. De uitspraak werd op 26 april 2023 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de publicatie van de bestuurlijke boete wordt afgewezen.