ECLI:NL:RBROT:2023:4091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende motivering neuropsychologisch onderzoek
De rechtbank Rotterdam behandelt een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakt tegen een besluit van het UWV over zijn arbeidsongeschiktheid. Na een eerdere tussenuitspraak waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld, kreeg het UWV de kans dit te herstellen met een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De aanvullende rapportage slaagt er volgens de rechtbank niet in het motiveringsgebrek te herstellen. De verzekeringsarts baseert zijn oordeel op het klinische beeld en acht de validiteit van de neuropsychologische onderzoeken onvoldoende vastgesteld, zonder duidelijk te maken welke validiteit vereist is. Eiser heeft onweerlegbaar gesteld dat zijn beperkingen door meerdere onderzoeken worden bevestigd, waaronder MRI en neuropsychologisch onderzoek.
De rechtbank concludeert dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de objectieve medische gegevens en het door eiser geschetste functioneren. Het besluit is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro en wordt vernietigd. Het UWV wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.