ECLI:NL:RBROT:2023:4550
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Lunenberg
- E.E.M. Kettenis-de Bruin
- A.C. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor informele jeugdhulp ondanks ADHD en zorgbehoefte
Eiser, een jeugdige met ADHD en psychosomatische tics, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor informele ondersteuning door zijn moeder en mantelzorgondersteuning. Verweerder kende een pgb toe voor professionele zorg via De Beweegwinkel en intensieve gezinsondersteuning ter voorkoming van overbelasting van de moeder, maar wees het pgb voor de moeder af. De rechtbank oordeelt dat verweerder het onderzoek naar de hulpvraag en benodigde ondersteuning zorgvuldig heeft uitgevoerd volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank stelt vast dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de moeder toereikend zijn om de noodzakelijke zorg te bieden. De moeder is niet overbelast en ontvangt ondersteuning om draagkracht en draaglast in balans te houden. De rechtbank wijst erop dat de Jeugdwet alleen voorziet in voorzieningen als eigen kracht en sociaal netwerk onvoldoende zijn. Ook is geen reden om de ingangsdatum van de professionele ondersteuning terug te zetten, omdat er geen toestemming was om eerder zorg in te kopen.
Verder ligt de verantwoordelijkheid voor ondersteuning gericht op onderwijs bij de school, niet bij verweerder. Het beroep is ongegrond verklaard omdat de toegekende voorzieningen voldoende zijn om de jeugdige gezond en veilig te laten opgroeien, zelfstandigheid te bevorderen en maatschappelijke participatie mogelijk te maken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen pgb toe te kennen voor informele ondersteuning is ongegrond verklaard.