ECLI:NL:RBROT:2023:4551
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag specialistische jeugdhulp wegens toereikende informele ondersteuning door moeder
Eiser, een minderjarige met ADHD en problemen in prikkelverwerking en emotieregulatie, vroeg om specialistische jeugdhulp via een persoonsgebonden budget (pgb). Verweerder wees de aanvraag af omdat de moeder van eiser, die reeds informele zorg verleent, voldoende in staat wordt geacht de benodigde ondersteuning te bieden. De rechtbank oordeelt dat verweerder het onderzoek naar de hulpvraag en de ondersteuningsbehoefte van eiser zorgvuldig heeft uitgevoerd volgens het door de Centrale Raad van Beroep geformuleerde stappenplan.
De rechtbank stelt vast dat de aard en omvang van de benodigde hulp concreet zijn vastgesteld en dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de moeder en het sociale netwerk toereikend zijn. De moeder verleent meer zorg dan gebruikelijk, maar dat leidt niet tot een verplichting voor het verstrekken van een pgb. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de moeder bepaalde zorg niet kan bieden. Daarnaast is de toegekende gezinsondersteuning passend om overbelasting van de moeder te voorkomen.
Verder is vastgesteld dat extra begeleiding door derden niet noodzakelijk is, mede omdat op school de ondersteuning adequaat is en de medicatie goed is afgestemd. De rechtbank concludeert dat eiser met de huidige ondersteuning gezond en veilig kan opgroeien, voldoende zelfredzaam wordt en maatschappelijk kan participeren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen pgb toe te kennen is ongegrond verklaard omdat de moeder voldoende ondersteuning biedt en passende gezinsondersteuning is toegekend.