ECLI:NL:RBROT:2023:4774
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde vier zaken waarin eiser bezwaar maakte tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam wegens het niet voldoen aan de betaalplicht op verschillende data en locaties. Verweerder had de bezwaren deels ongegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk wegens het niet kenbaar maken van de bezwaargronden.
Eiser stelde onder meer dat hij niet in de gelegenheid was gesteld om de gronden van het bezwaar aan te vullen (verzuimherstel) en dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet gehoord was. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was om verzuimherstel te bieden en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden, maar hier zelf niet op is ingegaan.
Verder werd geoordeeld dat de verweerschriften tijdig waren ingediend en dat de redelijke termijn nog niet was overschreden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om immateriële schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden ongegrond verklaard en de verzoeken om immateriële schadevergoeding worden afgewezen.