Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde01] ,
2..[gedaagde02] ,
3..[gedaagde03] ,
4..[gedaagde04] ,
5..[gedaagde05] ,
6..[gedaagde06] ,
7..[gedaagde07] ,
8..[gedaagde08] ,
1..De procedure
- de dagvaarding van 5 september 2022, met bijlagen;
- het antwoord van [gedaagde02] ;
- het antwoord van [gedaagde03] ;
- het antwoord van [gedaagde04] ;
- het antwoord van [gedaagde05] ;
- het antwoord van [gedaagde07] ;
- de brief van 9 februari 2023 van ECT, met bijlagen;
- de brief van 3 mei 2023 van ECT, met een bijlage;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van ECT;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde07] .
- [naam01] , [naam02] , [naam03] , mr. M.C. Corbeij-Beukers en mr. T. Klijsen;
- mr. W. Suttorp, mr. R.F. Nelisse, [gedaagde04] met mr. A. Jhingoer, mr. N. Talhaoui en mr. R.R.H.J. Ramakers.
2..De feiten
3..Het geschil
- [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan haar te betalen € 20.624,- met rente vanaf 28 juli 2022;
- voor recht te verklaren dat [gedaagde01] c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die ECT heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige daad die heeft plaatsgevonden op 13 september 2021;
- [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan haar te betalen € 981,24 ten aanzien van buitengerechtelijke incassokosten;
- [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en nakosten met rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.