Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 21 juni 2023;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 22 juni 2023.
- verzoeker en
- de rechter.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter E.M. Moerman in een familierechtelijke procedure over een geschil met mevrouw [naam]. Het verzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid, onder meer door het kort voor de zitting ingediende stuk van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond dat zonder leespauze werd voorgelezen, en het afwijzen van verzoeken om uitstel of gecombineerde zitting.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat een hoge drempel kent. De rechterlijke beslissingen en motivering werden niet als aanwijzing voor vooringenomenheid gezien. Het spoedeisende karakter van de zaak en het ontbreken van alternatieve zittingsdata werden als rechtvaardiging voor de afwijzing van uitstel genoemd.
Verder werd vastgesteld dat de handelwijze van de rechter ten aanzien van het laat ingediende stuk niet leidde tot vooringenomenheid, mede omdat partijen geen bezwaar maakten. Klachten over administratieve afhandeling en de vervangende advocaat zijn niet relevant voor wraking en kunnen elders worden ingebracht.
Een herstelbeslissing corrigeerde een fout in de naam van de rechter in de oorspronkelijke beslissing. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond is en wees het af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter E.M. Moerman is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.