Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij GR IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw M. Van der Zalm, werkzaam bij Stedam Bewind B.V., (hierna: beschermingsbewindvoering).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens het niet kunnen voldoen aan hun schulden. De rechtbank constateert dat verzoekers zijn opgehouden met betalen en dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling. Hoewel verzoekers eerder in een schuldsaneringsregeling zaten die tussentijds werd beëindigd, staat de sinds 1 juli 2023 vervallen tienjaarstermijn een nieuwe toelating niet in de weg.
De rechtbank beoordeelt de goede trouw van verzoekers, waarbij alle schulden meer dan drie jaar geleden zijn ontstaan, hetgeen aan de goede trouw-toets voldoet. Schulden uit een onherroepelijke veroordeling binnen vijf jaar leiden niet tot afwijzing, omdat de verbeurdverklaring geen schuld oplevert. Verzoekers zijn geïnformeerd over hun verplichtingen tijdens de regeling, waaronder de inspanningsverplichting tot werken of solliciteren.
De rechtbank stelt de ingangsdatum van de regeling vast op 26 juli 2023 en de looptijd op 18 maanden. Tevens benoemt zij een rechter-commissaris en kent zij een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. De rechtbank is bevoegd de procedure te behandelen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekers in Nederland ligt.
Uitkomst: Verzoekers worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling voor een termijn van 18 maanden vanaf 26 juli 2023.