Eiseres ontving vanaf november 2019 een AIO-aanvulling. Verweerder trok deze vanaf 8 oktober 2020 in en vorderde terugbetaling over de periode oktober 2020 tot augustus 2022 wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Na bezwaar wijzigde verweerder het intrekkingstijdstip naar 1 maart 2022 en matigde daarmee de terugvordering.
Eiseres voerde aan niet te weten dat haar verblijfstitel invloed had op de AIO, mede door haar hoge leeftijd, medische klachten en beperkte taalvaardigheid. Zij beriep zich op het vertrouwensbeginsel en stelde dat verweerder verwijtbaar had gehandeld door eerdere signalen niet te verwerken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij geen recht had op AIO sinds 19 maart 2021, en dat haar persoonlijke omstandigheden haar eigen verantwoordelijkheid zijn. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder de intrekking heeft gematigd vanwege eigen verwijtbaarheid.
Dringende redenen om af te zien van terugvordering werden niet vastgesteld, aangezien de persoonlijke omstandigheden van eiseres onvoldoende waren en zij beschermd wordt door beslagvrije voetregels. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.