ECLI:NL:CRVB:2016:4088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstand ondanks financiële situatie appellant
Appellante diende in oktober 2009 een aanvraag om bijstand in en kreeg een voorschot van €1.000,- toegekend. Kort daarna trok zij haar aanvraag in, waarna het college het voorschot terugvorderde. Na bezwaar handhaafde het college de terugvordering in februari 2015. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen zou hebben, omdat zij door haar lage inkomen en hoge schulden niet in haar primaire levensbehoeften kan voorzien en het risico loopt haar woning te verliezen. Zij overlegde een overzicht van haar inkomsten en schulden.
De Raad stelde vast dat aanvullende stukken te laat waren ingediend en buiten beschouwing werden gelaten. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de terugvordering tot een onaanvaardbare financiële noodsituatie leidt. De dreiging van huisuitzetting was niet onderbouwd met stukken. Bovendien biedt de beslagvrije voet bescherming bij invordering. Het college had appellante meerdere keren uitgenodigd tot terugbetalingsvoorstel, wat zij naliet.
Daarom slaagt het beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het voorschot bijstand van €1.000,- omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.