In deze kortgedingprocedure vordert Stichting MaasWonen de ontruiming van een appartement en betaling van een huurachterstand door de huurder, die sinds 2016 in het complex woont. MaasWonen stelt dat de huurder meerdere conflicten heeft veroorzaakt, onder meer door bedreiging van vrouwelijke Oekraïense vluchtelingen met een mes, en dat hij een huurachterstand heeft van meer dan drie maanden. De huurder betwist de beschuldigingen van overlast en bedreiging, erkent de huurachterstand maar is bezig met schuldhulpverlening, en stelt dat hij niet op de hoogte was van het niet voldoen aan zijn maatschappelijke bijdrageplicht.
De kantonrechter oordeelt dat de ontruiming niet kan worden toegewezen omdat het onvoldoende aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. De bewijsstukken van MaasWonen zijn niet overtuigend en er is geen mogelijkheid tot bewijslevering in kort geding. Ook de huurachterstand alleen rechtvaardigt geen ontruiming. Ten aanzien van de maatschappelijke bijdrage is MaasWonen niet in gebreke gesteld, waardoor ook dit geen grond is voor ontruiming.
Wel wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de erkende huurachterstand van €1.100,92 over april tot en met juni 2023 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. MaasWonen wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de huurder wordt gewaarschuwd geen overlast te veroorzaken, anders kan een nieuwe kortgedingprocedure anders uitvallen.