Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 februari 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met één bijlage;
- de brief van 1 mei 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte te Rotterdam, ontruiming van de ruimte, betaling van een huurachterstand, een contractuele boete, schadevergoeding en incassokosten. Gedaagde betwist de huurachterstand en stelt dat alle huurpenningen tijdig zijn betaald en dat sprake is van achterstallig onderhoud.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde haar stellingen omtrent tijdige betaling niet heeft onderbouwd met bewijs, waardoor wordt uitgegaan van een huurachterstand van €4.771,53 tot en met januari 2023. Na dagvaarding is geen betaling meer verricht, waardoor de achterstand is opgelopen tot twaalf maanden. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen.
De gevorderde contractuele boete van €3.900,- wordt toegewezen omdat de huur in de periode niet tijdig is betaald. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat de boete reeds schadevergoeding dekt. De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot het wettelijke tarief van €728,60. Het verweer van gedaagde over achterstallig onderhoud wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en geen rechtsgevolg.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, boete, incassokosten, en de maandelijkse huur tot ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, boete, incassokosten en proceskosten.