ECLI:NL:RBROT:2023:9296
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen recht op transitievergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst door overgang onderneming
De zaak betreft een werknemer die van 1 april 1998 tot en met 31 maart 2023 in dienst was bij Novo Elmar Kraamzorg B.V. en stelt dat haar arbeidsovereenkomst door opzegging van de werkgever is beëindigd. Zij vordert betaling van transitievergoeding, billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Novo Elmar betwist dit en stelt dat sprake is van een overgang van onderneming, waarbij de arbeidsovereenkomst is overgegaan op een andere werkgever.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een opzegging door de werkgever. De werknemer baseert haar stelling op een e-mail waarin de slechte financiële situatie en het voornemen om te stoppen met de onderneming worden besproken. De rechtbank oordeelt dat deze mededeling niet zonder meer als opzegging kan worden gezien, maar eerder als een einde met wederzijds goedvinden, ondanks het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst.
Omdat geen sprake is van een opzegging, maar van overgang van onderneming, bestaat geen recht op de gevorderde vergoedingen. De werknemer wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitgesproken door de kantonrechter R.R. Roukema.
Uitkomst: De vorderingen van verzoekster worden afgewezen omdat geen sprake is van opzegging, maar van beëindiging met wederzijds goedvinden zonder recht op vergoedingen.