Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 in de zaken tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de vier besluiten van 11 november 2021, voor zover het de hoogte van de boetes betreft;
- herroept de vier primaire besluiten, voor zover het de hoogte van de boetes betreft;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van de besluiten;
- stelt in ROT 21/6319 de boete vast op € 315,-;
- stelt in ROT 21/6321 de boete vast op € 405,-;
- stelt in ROT 21/6323 de boete vast op € 405,-;
- stelt in ROT 21/6324 de boete vast op € 405,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 360,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.511,- aan proceskosten van eiseres.