ECLI:NL:CBB:2022:342
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie S&O-verklaringen wegens onvoldoende administratie over 2015-2016
Appellante, een BV, had voor de jaren 2015 en 2016 S&O-verklaringen ontvangen voor diverse projecten. Na controle constateerde de Belastingdienst dat de administratie niet op eenvoudige en duidelijke wijze de aard, inhoud, omvang en voortgang van het S&O-werk kon aantonen. Daarom werden de S&O-verklaringen gecorrigeerd naar nul en boetes opgelegd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij onvoldoende concrete stukken had aangeleverd om het standpunt van de Belastingdienst te weerleggen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onhaalbaar was om jaren later aanvullende stukken te leveren en dat het subsidieadviesbureau haar administratie steeds had goedgekeurd. Ook stelde zij dat de administratie van haar compagnon wel was goedgekeurd, terwijl het een gezamenlijk project betrof.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de S&O-werkzaamheden had verricht en dat uit de administratie niet duidelijk bleek wat haar inbreng was. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de correctie naar nihil passend en noodzakelijk was om misbruik van fiscale faciliteiten te voorkomen. De opgelegde boetes werden als rechtmatig beoordeeld omdat de overtredingen aan appellante te wijten waren.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de correcties en boetes worden bevestigd.