De werknemer, werkzaam als invalkracht op nulurenbasis, meldde zich ziek en kreeg vervolgens per WhatsApp bericht dat hij uit dienst was gemeld vanwege het uitblijven van communicatie en twijfel over zijn ziekmelding. De werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst onregelmatig is opgezegd, diverse vergoedingen en achterstallig loon.
De werkgever betwist dat sprake is van een ontslag op staande voet en stelt dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd. De kantonrechter oordeelt dat uit het WhatsApp-bericht niet blijkt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd; de beëindiging wordt toegerekend aan de werknemer die niet meer reageerde.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer recht heeft op betaling van niet-betaalde loonuren, omdat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat zij loon mocht inhouden. Voor de loonvordering over de ziektedagen ontbreekt een deskundigenverklaring van het UWV, terwijl de werkgever de ziekte betwist. Daarom wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld deze verklaring alsnog aan te vragen en wordt de procedure aangehouden.