ECLI:NL:RBROT:2024:10561

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
24/7771
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbAfdeling 4.1.3 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep heeft ingesteld bij de rechtbank Rotterdam.

De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder ondanks ingebrekestelling niet alsnog heeft beslist. Op grond van artikel 8:55d Awb verbeurt verweerder een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Verweerder had reeds een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-, zodat de rechtbank de hoogte van de dwangsom niet opnieuw vaststelt.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 437,50. Tevens draagt de rechtbank verweerder op uiterlijk 4 juni 2025 alsnog een besluit op bezwaar te nemen.

De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse en griffier H. Sabanovic op 30 oktober 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Verweerder moet uiterlijk 4 juni 2025 alsnog een besluit nemen en een dwangsom betalen wegens overschrijding beslistermijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7771
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit Rotterdam, eiseres,

gemachtigde: mr. F.R.G. Keijzer,
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij verweerder een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 5 december 2023 met kenmerk [kenmerk A] .
Eiseres heeft beroep ingesteld vanwege het uitblijven van een besluit op bezwaar.
Verweerder heeft op 28 augustus 2024 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.
Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld voor een herstelmaatregel op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft daarover een beschikking gegeven, waartegen eiseres een bezwaarschrift heeft ingediend.
Niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door verweerder zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat verweerder alsnog heeft beslist op het bezwaar. Het beroep is daarom gegrond.
Eiseres heeft verzocht de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom vast te stellen. Verweerder heeft op 13 augustus 2024 een dwangsombeslissing genomen, waarin aan eiseres een dwangsom van € 1.442,- is toegekend. Gelet hierop hoeft de rechtbank de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet vast te stellen.
Vanwege de zeer grote omvang van de hersteloperatie toeslagen is sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. [1] Verweerder moet binnen 40 weken na de datum van het verweerschrift een beslissing op bezwaar bekendmaken. Verweerder moet uiterlijk op 4 juni 2025 een beslissing op bezwaar bekendmaken.
6. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom verbeurt als hij de gestelde termijn overschrijdt. De rechtbank stelt de hoogte van deze dwangsom vast op € 50,- per dag dat de termijn overschreden wordt, met een maximum van € 15.000,-. [2]
7. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.
8. De rechtbank veroordeelt verweerder verder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. [3]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op uiterlijk 4 juni 2025 alsnog een besluit bekend te maken op het bezwaar van eiseres;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 oktober 2024.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.
2.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6560.
3.Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:591; 22 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4784; en 16 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:657.