Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep heeft ingesteld bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder ondanks ingebrekestelling niet alsnog heeft beslist. Op grond van artikel 8:55d Awb verbeurt verweerder een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Verweerder had reeds een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-, zodat de rechtbank de hoogte van de dwangsom niet opnieuw vaststelt.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 437,50. Tevens draagt de rechtbank verweerder op uiterlijk 4 juni 2025 alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse en griffier H. Sabanovic op 30 oktober 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.