ECLI:NL:RBROT:2024:1095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor griffierecht wegens te late indiening
Eiser vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het griffierecht, maar diende zijn aanvraag pas in op 20 oktober 2022, terwijl het hogerberoepschrift al op 25 augustus 2022 was ingediend. Het college wees de aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, meer dan een maand na het ontstaan van de kosten.
Eiser voerde aan dat hij de factuur van de advocaat pas op 23 september 2022 ontving en dat hij griffiekosten en eigen bijdrage advocaatkosten als één eigen bijdrage ziet. Ook stelde hij dat het college niet heeft gereageerd op ingebrekestellingen. De rechtbank oordeelde dat het niet beschikken over de factuur geen belemmering vormt voor tijdige aanvraag en dat eiser bekend was met de regels.
De rechtbank concludeerde dat het college het beleid consistent heeft toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijken van het uitgangspunt dat bijzondere bijstand niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraagdatum zijn gemaakt. De ingebrekestellingen waren niet relevant voor deze aanvraag of werden tijdig beantwoord.
Het beroep is ongegrond verklaard, waardoor eiser geen bijzondere bijstand voor het griffierecht ontvangt en ook geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor het griffierecht wegens te late indiening.