Uitspraak
21 1771 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
- een eigen bijdrage van € 148,- (civiele toevoeging 3KW3267 met verzenddatum 26 juni 2020);
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor twee eigen bijdragen voor rechtsbijstand en griffierecht, maar het college wees dit af omdat de kosten meer dan een maand voor de aanvraagdatum waren ontstaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stond centraal de vraag wanneer de kosten zijn opgekomen.
De Raad volgde vaste rechtspraak dat de kosten van eigen bijdragen voor rechtsbijstand opkomen op de dag dat de advocaat het besluit tot toevoeging ontvangt, en griffierechtskosten op de datum van indiening van het beroepschrift. Het feit dat de advocaat de griffierechtkosten voorschiet, verandert hier niets aan. De aanvraag om bijzondere bijstand moet binnen een maand na het opkomen van de kosten worden ingediend.
Omdat appellant de aanvraag te laat had ingediend, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierecht en eigen bijdrage rechtsbijstand wordt bevestigd vanwege te late aanvraag.