ECLI:NL:CRVB:2022:988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens te late indiening volgens buitenwettelijk begunstigend beleid
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van rechtsbijstandskosten, maar deed dit na de termijn van veertien dagen die het college hanteert voor het indienen van dergelijke aanvragen. Het college wees de aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, een besluit dat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de termijn van veertien dagen te kort is, zeker gezien de lange beslistermijn van de gemeente en dat andere gemeenten een ruimere termijn hanteren. Ook stelde appellant dat de aanvraag feitelijk binnen drie werkdagen na ontvangst van de factuur was gedaan en dat het college geen schriftelijk bewijs had van haar beleid.
De Raad oordeelde dat het buitenwettelijke begunstigende beleid sinds 2013 wordt toegepast en dat het ontbreken van schriftelijke vastlegging daaraan niets afdoet. De gedecentraliseerde uitvoering van de Participatiewet maakt verschillende termijnen per gemeente mogelijk. De Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en wees het hoger beroep af.
Er werden geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens te late indiening.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand werd afgewezen wegens te late indiening binnen het buitenwettelijke begunstigende beleid.