De rechtbank Rotterdam heeft op 25 november 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen met het oog op moord op een slachtoffer in Rotterdam.
De verdachte werd aangehouden in december 2022 vanwege het bezit van een vuurwapen en het gebruik van een gestolen auto. Op een in beslag genomen telefoon werden foto's en video's aangetroffen van observaties van het slachtoffer en diens omgeving, gemaakt vanuit de gestolen auto. De officier van justitie eiste vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen voorbereidingshandelingen gericht op moord.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de gedragingen van de verdachte een serieuze verdenking opleveren, onvoldoende is bewezen dat de verdachte daadwerkelijk opzet had op moord. Zowel het volledige opzet als het voorwaardelijke opzet konden niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De observaties en beeldmateriaal konden ook voor andere criminele doeleinden zijn bedoeld. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De voorlopige hechtenis van de verdachte was reeds opgeheven. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel is opgelegd. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf wegens wapenbezit niet ten uitvoer gelegd.