De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan een poging tot liquidatie op 7 januari 2023. De officieren van justitie eisten een gevangenisstraf van vier jaar en onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen goederen.
De rechtbank oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de persoon die samen met verdachte op camerabeelden te zien was, de schutter was. Hoewel het DNA van verdachte op valse kentekenplaten van de vluchtauto was aangetroffen en verdachte met een andere auto gelijktijdige reisbewegingen maakte, was er onvoldoende bewijs dat hij wetenschap had van de voorgenomen liquidatie. De verklaring van verdachte over het pakket op camerabeelden werd aannemelijk geacht.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplichtigheid aan poging tot moord. Wel werden diverse inbeslaggenomen goederen, die gebruikt kunnen worden bij de productie van drugs, onttrokken aan het verkeer. De in beslag genomen telefoon werd teruggegeven. De vorderingen van benadeelde partijen werden afgewezen wegens de vrijspraak.