Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Op 12 mei 2021 hebben de verdachte en [betrokkene 1] geprobeerd om in de parkeergarage te komen waar de Mercedes geparkeerd stond, om daar een peilbaken onder te plakken. Het alarm van de parkeergarage ging af. De verdachte heeft toen snel het peilbaken in een brievenbus gestopt, voordat hij en [betrokkene 1] rond 5:40 uur door de politie zijn aangehouden.
Het hof gaat er vanuit dat het specifieke gedrag van het heimelijk lokaliseren van iemand met wie een conflict bestaat en het heimelijk onder een door deze persoon gebruikte auto plaatsen van een peilbaken, voor een opdrachtgever in de zware drugscriminaliteit een beperkt aantal criminele doelen kan hebben. Eén van die voor de hand liggende doelen is het mogelijk maken van een liquidatie.
Cruciaal voor het uitvoeren van een liquidatie is de wetenschap wanneer het beoogde slachtoffer zich waar bevindt, zodat schutters hem kunnen onderscheppen. Een liquidatie is gemakkelijker uit te voeren als het slachtoffer zich niet ervan bewust is dat de schutters weten waar hij is. Een heimelijk geplaatst peilbaken is daarom in potentie een belangrijk hulpmiddel voor de uitvoering van een liquidatie. Een argeloos slachtoffer kan met behulp daarvan op een moment naar keuze door een kogelregen worden verrast. Dat het peilbaken ook in deze zaak die functie zou hebben, leidt het hof af uit onder meer de onderschepte SKY-Ecc berichten. Uit die berichten blijkt immers dat het peilbaken moest worden weggehaald en kapotgemaakt op het moment dat de schutters in de buurt van het beoogde slachtoffer waren en dus tot dat moment, kort voor de liquidatie, zou worden gebruikt voor het exact lokaliseren van het beoogde slachtoffer. Dat de SKY-Ecc berichten niet rechtstreeks betrekking hebben op de verdachte en zijn medeverdachte, doet niet af aan hun betekenis om het doel van het peilbaken te duiden. Het peilbaken dat de verdachte en zijn medeverdachte voorhanden hebben gehad was dus voor de uitvoering van de voorbereide moord van betekenis.
Op grond van de vastgestelde feiten gaat het hof er vanuit dat tussen de verdachte en de medeverdachte [betrokkene 1] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij de door hen uit te voeren opdracht, te weten het lokaliseren van [slachtoffer 1] zonder dat hij dat zou merken, en het daartoe plaatsen van een baken onder de door hem gebruikte auto. Aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat het lokaliseren van de auto van [slachtoffer 1] het doel was in plaats van de persoon [slachtoffer 1] , hecht het hof geen geloof. Die verklaring is strijdig met wat de verdachte op 20 januari 2022 bij de politie heeft verklaard en is onverenigbaar met zijn handelen op 9 mei 2021 toen er, aldus de verdachte, van werd afgezien om het peilbaken te plakken onder de Mercedes, omdat [slachtoffer 1] daar niet bij was gezien. Dat de verklaring van de verdachte bij de politie op 20 januari 2022 als gevolg van zijn zenuwen minder juist is dan zijn verklaring bij de rechter-commissaris, acht het hof niet aannemelijk.
3.Beslissing
10 september 2024.