ECLI:NL:RBROT:2024:11916

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
11135525 VZ VERZ 24-5424
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding zee-arbeidsovereenkomst en toekenning van vergoedingen

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 7 augustus 2024 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van een zee-arbeidsovereenkomst tussen de verzoeker, woonachtig in Kaapverdië, en de verweerster, Fairwind Ltd, gevestigd in Larnaca, Cyprus. De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigden mr. drs. L. Winde, mr. K. Boele, mr. D.J.R.M. van Luyken en mr. M. Hofman, heeft op 9 juni 2024 een verzoekschrift ingediend. Tijdens de zitting op 24 juli 2024 was de verzoeker aanwezig, maar Fairwind is niet verschenen. De rechtbank heeft Fairwind meerdere keren opgeroepen, maar deze heeft geen gehoor gegeven. Gezien het feit dat Fairwind al geruime tijd geen loon betaalt en niet bereikbaar is, heeft de kantonrechter besloten de zaak te behandelen zonder de aanwezigheid van Fairwind.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op basis van artikel 6 aanhef en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter in Rotterdam is bevoegd op grond van artikel 7:705 van het Burgerlijk Wetboek. Aangezien de verzoeker stelt dat de arbeid gewoonlijk vanuit Nederland werd verricht, is op basis van artikel 8 lid 2 van ‘Rome I’ Nederlands recht van toepassing. De verzoeker heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en om betaling van vergoedingen en achterstallig loon. Fairwind heeft geen verweer gevoerd tegen deze verzoeken.

De kantonrechter heeft de verzoeken toegewezen en de zee-arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 oktober 2024. Daarnaast is Fairwind veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 50.586,86 bruto, een billijke vergoeding van € 1.000,00 bruto, en achterstallig loon van 1 januari 2024 tot 1 oktober 2024, met wettelijke verhogingen en rente. Tevens is Fairwind veroordeeld tot betaling van loon van 1 juni 2018 tot 1 februari 2023, en kosten voor de gemachtigden van de verzoeker. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11135525 VZ VERZ 24-5424
datum uitspraak: 7 augustus 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats] (Kaapverdië),
verzoeker,
gemachtigden: mr. drs. L. Winde en mr. K. Boele,
tegen
Fairwind Ltd,
vestigingsplaats: Larnaca (Cyprus),
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Fairwind’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ontvangen op 9 juni 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 24 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. [verzoeker] was aanwezig, met namens zijn gemachtigden mr. D.J.R.M. van Luyken en mr. M. Hofman. Fairwind is niet verschenen.
1.3.
De rechtbank heeft Fairwind aangetekend opgeroepen om te verschijnen en de gemachtigden van [verzoeker] deelden mee dat zij Fairwind ook met een exploot hebben laten oproepen. De stukken van de deurwaarder op Cyprus hebben zij echter nog niet ontvangen. De gemachtigden deelden tevens mee Fairwind op verschillende manieren en meerdere malen benaderd te hebben, zonder resultaat. Fairwind houdt zich stil. Mede gelet op het feit dat Fairwind geruime tijd al geen loon betaalt en niet bereikbaar blijkt, is de kantonrechter van oordeel dat het geen zin heeft Fairwind nogmaals op te roepen en/of te wachten op stukken van de deurwaarder op Cyprus. De zaak wordt daarom behandeld.

2.De beoordeling

2.1.
[verzoeker] stelt gewerkt te hebben onder een schip dat vaart onder Nederlandse vlag. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht op grond van artikel 6 aanhef en onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter in Rotterdam is bevoegd op grond van artikel 7:705 Burgerlijk Wetboek. Omdat naar [verzoeker] onweersproken stelt de arbeid gewoonlijk vanuit Nederland werd verricht, is op grond van artikel 8 lid 2 van ‘Rome I’ Nederlands recht van toepassing.
2.2.
[verzoeker] is in dienst bij Fairwind. Hij vraagt zijn arbeidsovereenkomst te ontbinden, onder toekenning van een aantal vergoedingen en achterstallig loon. Fairwind voert geen verweer tegen de verzoeken. De verzoeken komen de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voor. De verzoeken worden daarom toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de zee-arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en Fairwind per 1 oktober 2024;
3.2.
veroordeelt Fairwind tot betaling van een transitievergoeding van € 50.586,86 bruto aan [verzoeker] , met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf het opeisbaar worden van dit bedrag tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt Fairwind tot betaling van een billijke vergoeding van € 1.000,00 bruto aan [verzoeker] , met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf het opeisbaar worden van dit bedrag tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt Fairwind tot betaling van loon aan [verzoeker] van 1 januari 2024 tot 1 oktober 2024, met wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek van 50%, een en ander te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf het opeisbaar worden van de bedragen tot aan de dag dat de bedragen volledig zijn betaald;
3.5.
veroordeelt Fairwind tot (na)betaling van loon aan [verzoeker] van 1 juni 2018 tot 1 februari 2023 van € 291.341,52 bruto, met wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek van 50%, een en ander te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf het opeisbaar worden van de bedragen tot aan de dag dat de bedragen volledig zijn betaald;
3.6.
veroordeelt Fairwind tot betaling van € 7.390,00 aan salaris voor de gemachtigden van [verzoeker] en € 706,00 aan griffierecht, te vermeerderen met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na deze beschikking tot aan de dag dat deze bedragen volledig zijn betaald;
3.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders is verzocht af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S..H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
686