Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] (ontvangen op 15 juli 2024), met producties;
- de brief van [verzoeker] van 3 september 2024, met producties 12 en 13.
Rechtbank Rotterdam
Werknemer verrichtte vanaf november 2022 tot november 2024 arbeid zonder loonbetaling bij werkgever, ondanks een schriftelijke arbeidsovereenkomst die stilzwijgend werd verlengd. Werknemer meldde zich ziek door stress veroorzaakt door het niet ontvangen van loon, maar werkgever startte geen re-integratietraject.
De kantonrechter stelde vast dat er een arbeidsovereenkomst was en dat deze van rechtswege eindigt per 14 november 2024. Ontbinding was niet noodzakelijk omdat de arbeidsovereenkomst vanzelf eindigt. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, een billijke vergoeding van €5.000, een transitievergoeding van €1.417,01, wettelijke verhoging en rente.
Daarnaast moest werkgever loonstroken, jaaropgaven en een eindafrekening verstrekken, en werd het concurrentiebeding vernietigd wegens gebrek aan verweer. De proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens aan werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, billijke vergoeding, transitievergoeding, wettelijke verhoging, rente, en vernietiging concurrentiebeding.