ECLI:NL:RBROT:2024:1705
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum wegens onvoldoende afdracht
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens het niet langer kunnen voldoen aan haar schulden. De rechtbank Rotterdam heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de regeling.
Echter, verzoekster had verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet kan worden toegekend omdat verzoekster tijdens het minnelijke traject niet voldoende inkomsten boven het vrij te laten bedrag heeft afgedragen. Daarnaast is gebleken dat het vrij te laten bedrag niet correct was vastgesteld na een huurverlaging in juli 2023, waardoor er onvoldoende afdracht aan schuldeisers heeft plaatsgevonden.
Ook na het beëindigen van het minnelijke traject heeft verzoekster geen inkomsten boven het vrij te laten bedrag afgedragen of gespaard, en een betalingsregeling met de Sociale Verzekeringsbank belemmert verdere afdracht aan schuldeisers. De rechtbank stelt daarom de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 15 februari 2024 met een looptijd van 18 maanden.
Tot slot benoemt de rechtbank een rechter-commissaris en stelt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder vast. De rechtbank is bevoegd deze procedure te behandelen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
Uitkomst: Toelating tot de schuldsaneringsregeling per 15 februari 2024 met een looptijd van 18 maanden, afwijzing van verzoek tot eerdere ingangsdatum.