ECLI:NL:RBROT:2024:1801
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Sluiting horeca-inrichting wegens strafbare feiten en drugshandel
De burgemeester van Rotterdam heeft het café van verzoeker voor drie maanden gesloten wegens strafbare feiten, waaronder het gebruik en vermoedelijke handel in softdrugs binnen en rondom het café. Dit besluit is gebaseerd op bestuurlijke rapportages en politieobservaties die meerdere incidenten van drugsgebruik en -handel aantonen.
Verzoeker betwistte de onderbouwing van het besluit, met name de bestuurlijke rapportages, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat deze rapportages betrouwbaar zijn en dat de burgemeester terecht van deze informatie is uitgegaan. De rechter benadrukte dat bestuursrechtelijke bewijsregels minder streng zijn dan in het strafrecht.
De burgemeester heeft de sluiting als noodzakelijk en proportioneel beoordeeld om de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen. Verzoeker had eerder een waarschuwing ontvangen, maar desondanks bleven strafbare feiten plaatsvinden. De voorzieningenrechter concludeerde dat de sluiting gerechtvaardigd is en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om de sluiting van het café te voorkomen wordt afgewezen; de burgemeester mag het café voor drie maanden sluiten.