ECLI:NL:RVS:2021:1123
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs ondanks betwisting eigen gebruik
De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van de woning van appellant voor drie maanden vanwege de vondst van 12,8 gram cocaïne, een hoeveelheid die de grens voor eigen gebruik overschrijdt. De politie rapporteerde diverse aanwijzingen van drugshandel vanuit de woning, waaronder observaties van kortstondige bezoekers, getuigenverklaringen en inbeslagname van geld en mobiele telefoons.
Appellant voerde aan dat de cocaïne voor eigen medicinale doeleinden was en dat de bevindingen onjuist waren, onder meer omdat verklaringen niet ondertekend waren en de strafrechter nog onderzoek deed. Ook stelde hij dat de sluiting disproportioneel was gezien zijn medische en sociale omstandigheden, en dat hij dubbel werd gestraft.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht uitging van de juistheid van de op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de drugs voor eigen gebruik waren, en dat de sluiting in redelijkheid was toegepast. De gevolgen voor appellant waren niet zo bijzonder dat van bestuursdwang had moeten worden afgezien. De maatregel was gericht op het beëindigen en voorkomen van drugshandel en niet op het toevoegen van leed.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor drie maanden bevestigd.