ECLI:NL:RBROT:2024:1900

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
10946021
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot aanmelding werknemer bij Belastingdienst met dwangsom

In deze kort geding procedure vordert eiser, een werknemer van S&A Services B.V., dat zijn werkgever wordt veroordeeld tot aanmelding bij de Belastingdienst, omdat hij niet is aangemeld en daardoor geen aanspraak kan maken op werknemersverzekeringen.

De zaak werd behandeld op 5 maart 2024, waarbij geen van beide partijen aanwezig was. Tegen S&A Services B.V. werd verstek verleend wegens het niet verschijnen zonder bericht.

De kantonrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarom wordt S&A veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis de werknemer aan te melden bij de Belastingdienst, onder een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €5.000.

Daarnaast wordt S&A veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €493,50. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: S&A Services B.V. wordt veroordeeld tot aanmelding werknemer bij de Belastingdienst binnen vijf dagen onder dwangsom en tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10946021 VV EXPL 24-90
datum uitspraak: 7 maart 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01],
wonende te [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. Y.E. Palit, advocaat te Rotterdam,
tegen
S&A Services B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘S&A’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 27 februari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 5 maart 2024 heeft de mondelinge behandeling van deze zaak plaatsgevonden. Beide partijen zijn daar niet verschenen, [eiser01] met bericht van verhindering van zijn advocaat, gedateerd 4 maart 2024. S&A heeft niet laten weten waarom zij niet in de procedure is verschenen. Tegen S&A is vervolgens verstek verleend.

2.De beoordeling

De vordering wordt toegewezen
2.1.
[eiser01] stelt in de dagvaarding dat hij bij S&A heeft gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst. Volgens hem heeft S&A hem niet aangemeld bij de Belastingdienst, waardoor hij geen sociaal vangnet heeft, zoals de aanspraak op werknemersverzekeringen. Hij vordert daarom dat S&A wordt veroordeeld om hem aan te melden bij de Belastingdienst, op straffe van een dwangsom.
2.2.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiser01] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv Pro).
2.3.
De kantonrechter bepaalt dat S&A [eiser01] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis (en dus niet na afgifte ervan, zoals gevorderd) moet aanmelden bij de Belastingdienst.
S&A moet de proceskosten betalen
2.4.
S&A moet de proceskosten betalen, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser01] op € 87,- aan griffierecht, € 271,50,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 493,50. Het salaris betreft de helft van het gebruikelijke tarief in kort gedingzaken waarin de gedaagde verstek laat gaan, omdat [eiser01] en zijn gemachtigde niet op de zitting zijn verschenen. Er worden verder geen explootkosten toegewezen, omdat [eiser01] op basis van een toevoeging procedeert.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt S&A om [eiser01] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis op een deugdelijke manier aan te melden bij de Belastingdienst en veroordeelt haar om een dwangsom te betalen van € 250,- per dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 5.000,-;
3.2.
veroordeelt S&A in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] worden begroot op € 493,50;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394