ECLI:NL:RBROT:2024:1901

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
10948619
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering in kort geding wegens achterstallig loon en vakantiegeld

In deze kort geding procedure vordert eiseres betaling van € 5.320,- netto aan achterstallig loon en vakantiegeld van gedaagde, op grond van een arbeidsovereenkomst. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarom wordt de loonvordering toegewezen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op € 765,-, waarbij geen explootkosten worden toegekend vanwege toevoeging.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiseres snel haar loon kan ontvangen. De beslissing is genomen door de kantonrechter W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2024.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 5.320,- netto aan eiseres en de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10948619 VV EXPL 24-98
datum uitspraak: 7 maart 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01],
wonende te [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Ciftci, advocaat te Rotterdam,
tegen
[gedaagde01], die handelt onder de naam
[handelsnaam01],
wonende te [woonplaats02] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 23 februari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 5 maart 2024 heeft de kantonrechter de zaak tijdens een zitting met [eiseres01] en mr. Ciftci besproken. [gedaagde01] is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Tegen hem is vervolgens verstek verleend.

2.De beoordeling

De vordering wordt toegewezen
2.1.
[eiseres01] stelt dat zij op basis van een arbeidsovereenkomst bij [gedaagde01] gewerkt heeft en dat zij nog recht heeft op € 5.320,- netto aan achterstallig loon en vakantiegeld.
2.2.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiseres01] en de toelichting tijdens de zitting volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv Pro).
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen
2.3.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat hij in het ongelijk wordt gesteld (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres01] op € 87,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,-aan nakosten. Dat is in totaal € 765,-. Er worden geen explootkosten toegewezen, omdat [eiseres01] met een toevoeging procedeert.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis € 5.320,- netto aan [eiseres01] te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] worden begroot op € 765,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394