Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam01],
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert eiseres betaling van € 5.320,- netto aan achterstallig loon en vakantiegeld van gedaagde, op grond van een arbeidsovereenkomst. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarom wordt de loonvordering toegewezen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op € 765,-, waarbij geen explootkosten worden toegekend vanwege toevoeging.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiseres snel haar loon kan ontvangen. De beslissing is genomen door de kantonrechter W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2024.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 5.320,- netto aan eiseres en de proceskosten.