ECLI:NL:RBROT:2024:1903

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
10902758
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot aanmelding bij Belastingdienst en afgifte loonstroken met dwangsom

In deze kort geding procedure vordert eiser dat S&A Services B.V. hem aanmeldt bij de Belastingdienst en loonstroken verstrekt over de periode augustus 2023 tot en met januari 2024. Eiser stelt dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst bij S&A werkt, maar dat S&A hem niet heeft aangemeld bij de Belastingdienst, waardoor hij geen aanspraak kan maken op werknemersverzekeringen. Tevens heeft S&A sinds augustus 2023 geen loonstroken meer verstrekt.

S&A is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de eis spoedeisend is en niet onrechtmatig of ongegrond lijkt. Daarom wordt S&A veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis eiser aan te melden bij de Belastingdienst en de gevraagde loonstroken te verstrekken. Bij nalaten geldt een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 5.000,- per verplichting.

Daarnaast wordt S&A veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 765,-. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de maatregelen direct kunnen worden afgedwongen.

Uitkomst: S&A Services B.V. wordt veroordeeld tot aanmelding bij de Belastingdienst en afgifte van loonstroken met dwangsommen bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10902758 VV EXPL 24-48
datum uitspraak: 8 maart 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. Y.E. Palit,
tegen
S&A Services B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘S&A’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 februari 2024, met bijlagen;
  • akte van [eiser01] met een vermindering van de eis.
1.2.
Op 23 februari 2024 is de zaak tijdens een zitting met [eiser01] en mr. Palit besproken. S&A is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

De eis van [eiser01]
2.1.
stelt dat hij bij S&A werkt op basis van een arbeidsovereenkomst. Volgens hem heeft S&A hem niet aangemeld bij de Belastingdienst, waardoor hij geen sociaal vangnet heeft, zoals de aanspraak op werknemersverzekeringen. Ook heeft S&A volgens hem sinds augustus 2023 geen loonstroken meer afgegeven. Hij eist daarom dat S&A wordt veroordeeld om hem aan te melden bij de Belastingdienst en alsnog loonstroken af te geven, op straf van een dwangsom.
De eis wordt toegewezen
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiser01] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
2.3.
De kantonrechter bepaalt dat S&A binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis [eiser01] moet aanmelden bij de Belastingdienst en de loonstroken moet afgeven.
S&A moet de proceskosten betalen
2.4.
S&A moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser01] op € 87,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,-aan nakosten. Dat is in totaal € 765,-. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiser01] met een toevoeging procedeert.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt S&A om [eiser01] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis op een deugdelijke manier aan te melden bij de Belastingdienst en veroordeelt haar om een dwangsom te betalen van € 250,- per dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 5.000,-;
3.2.
veroordeelt S&A om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis deugdelijke loonspecificaties over de maanden augustus 2023 tot en met januari 2024 af te geven aan [eiser01] , en veroordeelt haar om een dwangsom te betalen van € 250,- per dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 5.000,-;
3.3.
veroordeelt S&A in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] worden begroot op € 765,-;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
33394