ECLI:NL:RBROT:2024:2016
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vestiging krediethypotheek bij bijstand in de vorm van lening
Eiseres ontvangt sinds 2020 bijstand in de vorm van een lening vanwege haar eigendom van een woning. Het college heeft op basis van de WOZ-waarde van haar woning een krediethypotheek gevestigd als zekerheid voor terugbetaling van de lening. Eiseres stelde bezwaar in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat er geen volledige heroverweging had plaatsgevonden en dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat het college bevoegd is om een krediethypotheek te vestigen op grond van de Participatiewet en dat het beleid van het college in lijn is met de wettelijke bepalingen. De aangeboden alternatieve waarborgen door eiseres boden onvoldoende zekerheid voor het college. De rechtbank achtte het besluit proportioneel en noodzakelijk om de rechtmatige besteding van overheidsgeld te waarborgen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank oordeelde dat de vestiging van de krediethypotheek niet onevenredig bezwarend is voor eiseres, aangezien zij slechts bij verkoop of vererving van de woning geconfronteerd wordt met de aflossing van de lening. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vestiging van een krediethypotheek wordt ongegrond verklaard.