ECLI:NL:RBROT:2024:2396
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning te Rotterdam
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2021, die door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam is vastgesteld op €373.000,-. Hij voert aan dat de waarde te hoog is en dat de heffingsambtenaar niet heeft voldaan aan de verplichting tot het toezenden van relevante stukken zoals de matrix, grondstaffel, bouwtekeningen en iWOZ-kaarten.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar geen verplichting tot het toezenden van deze stukken heeft geschonden. Het taxatieverslag met de matrix en grondstaffel is aan de gemachtigde van eiser verstrekt. De bouwtekeningen en iWOZ-kaarten zijn niet aangewezen als relevant voor de besluitvorming. De heffingsambtenaar heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer door een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen en een gecorrigeerde berekening van de m²-prijzen.
De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, waaronder zijn betwisting van het indexeringspercentage en de onderbouwing van VLOK-factoren en objectkenmerken. De waarde blijft gehandhaafd en eiser krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €373.000,-.