Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 en 5 ten laste gelegde, te weten de mensenhandel van [slachtoffer 1] en de verkrachting van [slachtoffer 2];
- bewezenverklaring van het onder 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde, te weten de mensenhandel van [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5];
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
modus operandikan ten aanzien van de ten laste gelegde uitbuiting niet worden gesproken.
modus operandi), wat hierna nader uiteen wordt gezet.
modus operandi).
modus operandikunnen betrokken worden de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de betreffende feiten, waaronder begrepen de context waarbinnen die zich hebben toegedragen, de omstandigheden waarmee deze feiten zijn omgeven en het desbetreffende handelen van de verdachte alsmede de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd.
modus operandi. Zo komt uit het dossier naar voren dat alle aangeefsters hebben gereageerd op een door de verdachte geplaatste advertentie op [website] met de tekst: “
wil je 1000 euro per dag verdienen?”, of woorden van gelijke aard of strekking. Daarna vond een gesprek plaats met de verdachte waarin hij uitleg gaf over het werken in de prostitutie en hoe de verdiensten vervolgens zouden worden verdeeld. De verdachte onderhield de communicatie met (potentiële) klanten. Hij beheerde de advertenties en zorgde dat deze steeds omhoog werden geplaatst. De verdachte zorgde ook voor de huisvesting en de planning en hij vervoerde de aangeefsters naar en van de plek waar zij moesten werken. Na verloop van tijd paste de verdachte eenzijdig de verdeling van de verdiensten in zijn voordeel aan, waarbij er bij de aangeefster steeds meer kosten in rekening werden gebracht, zoals de kosten voor eten, drugs, de woning etc. Alle aangeefsters geven aan dat de verdachte in de eerste periode uitermate vriendelijk was, maar later steeds dwingender en meer manipulerend. Twee van de aangeefsters geven aan dat zij verliefd waren op de verdachte, dat de verdachte dit wist en dit ook gebruikte om de aangeefsters meer te laten werken, steeds verdergaande seksuele diensten te ondergaan en om steeds meer geld af te geven aan de verdachte.
modus operandien de rechtbank zal dan ook het bewijs ten aanzien van een feit ook als steunbewijs voor het bewijs ten aanzien van de overige feiten gebruiken en omgekeerd.
(toevoeging rechtbank: het inkomen van de partner van aangeefster viel weg door ziekte). Het kon allemaal snel en makkelijk opgelost worden volgens hem. Hij schotelde mij een beter financieel perspectief voor en een betere toekomst zonder geldzorgen en stress. Dit financiële perspectief was voor mij een belangrijke drijfveer om met [verdachte] in zee te gaan. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik een stuk meer had verdiend, maar veel minder kreeg. Als ik een goede dag had was [verdachte] heel blij, maar bij een mindere dag was hij wat afstandelijker. Ik moest ook doorwerken tijdens menstruatieperiodes.”
engehuisvest met het
hetmisbruik van voortvloeiend overwicht en van
engehuisvest met het
hetmisbruik van voortvloeiend overwicht en van
engehuisvest met het
datmisbruik van
engehuisvest met het
datmisbruik van
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden;
€ 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 20.000,-(hoofdsom,
zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 20.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
103 (honderddrie) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] te betalen
€ 20.000,-(hoofdsom,
zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 20.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
103 (honderddrie) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 4] te betalen
€ 20.000,-(hoofdsom,
zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
103 (honderddrie) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
9.150,- (zegge: negenduizendhonderdvijftig euro), bestaande uit € 1.650,- aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 5] te betalen
€ 9.150,-(hoofdsom,
zegge: negenduizendhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 9.150,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
51 (eenenvijftig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.