Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
De kern van het geschil
Hiermee bevestigen wij dat jouw BBL-arbeidsovereenkomst is beëindigd per 1 november 2023 als gevolg van het stoppen van je opleiding.”
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad in 2019 in dienst bij Technische Unie op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst die meerdere keren werd verlengd tot 1 augustus 2024. De opleiding die onderdeel was van de overeenkomst is per november 2023 gestopt vanwege ziekte, waarna Technische Unie de arbeidsovereenkomst beëindigde. De werknemer stelde dat de beëindiging onrechtmatig was omdat geen geldige ontbindende voorwaarde was overeengekomen.
De kantonrechter oordeelde dat er geen schriftelijke en objectief bepaalbare ontbindende voorwaarde was overeengekomen die het einde van de opleiding koppelde aan het automatisch eindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarom was de opzegging van 2 oktober 2023 vernietigbaar en bleef de arbeidsovereenkomst bestaan, met recht op loonbetaling.
Technische Unie verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de h-grond (inhoudsloosheid). De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst onlosmakelijk verbonden was met het volgen van de opleiding en dat door het ontbreken van de opleiding de overeenkomst inhoudsloos was geworden. Herplaatsing was niet mogelijk, waardoor ontbinding per 1 mei 2024 werd uitgesproken.
De werknemer kreeg loonbetaling toegewezen over de periode van november 2023 tot mei 2024, inclusief een gematigde wettelijke verhoging van 10%. Tevens werd de volledige transitievergoeding toegekend, omdat Technische Unie geen onderbouwing gaf voor verrekening van opleidingskosten. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat de ontbinding niet aan de werkgever te wijten was. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2024 met toekenning van loon en transitievergoeding aan de werknemer.